In zijn advies ‘bevordering arbeidsdeelname ouderen’ pleit de SER ervoor dat ouderen langer blijven werken om zo de spanningen op de arbeidsmarkt te kunnen verlichten maar ook omdat investeren in oudere werknemers sociaal verantwoord is.
Het komt niet zo vaak voor dat een advies zo snel al in de praktijk kan worden getoetst. Bij dit advies kon dat, omdat de FNV half december 1999 in Ede het symposium ‘Prettig werken na je 40e’ organiseerde. Met een keur aan sprekers, een levendige forumdiscussie en praktische deelbijeenkomsten trok het symposium een groot, geboeid publiek uit alle geledingen van de samenleving. In een van de deelbijeenkomsten lichtte Politie Haaglanden hun geslaagde aanpak voor de oudere werknemer toe. SER-bulletin ging na hoe de ‘theorie’ van het advies in de praktijk doorwerkt.
Er lijkt iets mis te gaan met de arbeid. De verhalen zijn bekend: door de samenstelling van de Nederlandse bevolking ontstaan er twee bewegingen, die elkaar ook nog eens versterken. Althans, als het gaat om arbeid, arbeidsparticipatie en aantallen werknemers. Enerzijds is er een toenemende uitstoot van arbeidskrachten: mensen gaan met pensioen. Dit wordt veelal vergrijzing genoemd. Anderzijds is er een krimpende aanwas van arbeidskrachten: er komen minder jonge mensen van school. Dit wordt veelal ontgroening genoemd. Als je de gevolgen van vergrijzing en ontgroening projecteert op het jaar 2010, doemt er een vrij somber beeld op: we hebben enorm veel werk, er zijn legio groeimogelijkheden, maar er zijn onvoldoende mensen om al dat werk te doen, dus de groeimogelijkheden worden niet benut. Daar komt nu, in 2000, nog eens een typisch Nederlandse omstandigheid bij: de arbeidsparticipatie van mensen boven de vijftig is relatief laag tot erg laag. Nog maar de helft van de mensen tussen de 55 en de 60 jaar heeft een betaalde baan. Boven de zestig is dat aantal al gedaald tot slechts 17 procent.
>> Lees verder op de website van de SER