Ze heeft het tweede kabinet Balkenende laten vallen met haar kritiek op 'het machtsmisbruik' van minister Verdonk in de affaire rond Hirsi Ali. Korte tijd later verloor ze de interne lijsttrekkersverkiezing van D66. Lousewies van der Laan, toen nog fractievoorzitter van D66, trok zich vervolgens terug als kandidaat Kamerlid. Een gevallen ster? "Ik hoef me geen zorgen te maken. Ik schrijf alles op in een sabbaticalboekje."
Door: Onno van Buuren
Op het lawaaiïge terras van de Eerste Klas op Amsterdam Centraal (binnen hangt teveel rook: D66 gaat zich als eerste partij hard maken voor een rookverbod in de horeca) vertelt Lousewies van der Laan haar opmerkelijke loopbaanverhaal. Hoe ze door haar jeugd in Amerika begrip kan opbrengen voor de Amerikaanse competitiedrang, en hoe ze letterlijk de deuren opende bij de Europese Commissie.
Je had een multiculturele jeugd. Hoe Nederlands ben je eigenlijk?
"Ik ben in Rotterdam geboren. Toen ik twee was ben ik met m'n ouders vertrokken naar het buitenland, en pas op 18e teruggekomen. We gingen van Duitsland naar Amerika. Ook daar ging ik naar Duitse scholen, omdat die beter waren. Ik heb dus een drietalige opvoeding gehad, en in drie culturen. Thuis was het helemaal Nederlands, op school Duits en de rest was Amerikaans. Dat was wel leuk. Ik vind het nog steeds heerlijk om in Amerika of Duitsland te zijn.
"Ik heb het altijd leuk gevonden m'n eigen land te ontdekken. Ik heb in Nederland gestudeerd en ben daarna weer vertrokken; het is nu voor het eerst sinds 2003 dat ik hier woon en werk. Door het campagnevoeren heb ik veel interessante en mooie plekken in Nederland leren kennen. Een inburgeringstraject dat ik iedere allochtoon zou willen toewensen!"
CV Lousewies van der Laan:
- 1991-1994 Europese Commissie (verantwoordelijk voor milieuprojecten en noodhulp aan de voormalige Sovjet-republieken)
- 1995 milieudeskundige EBRD (Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) in Londen
- 1995-1997 ambtenaar kabinet van de Europees Commissaris voor buitenlandse betrekkingen, Hans van den Broek
- 1997-1999 woordvoerder Europees Commissaris Hans van den Broek
- 1999-2003 lid Europees Parlement voor D66
- 2003-2006 lid Tweede Kamer voor D66
- 2006 fractievoorzitter D66 Tweede Kamer |
Wist je op school al dat je later de politiek in wilde?
"Nee. Zoals alle meisjes wilde ik hetzelfde worden als mijn vader. Hij was diplomaat voor de Wereldbank. Daar ben ik van afgestapt, omdat ik niet altijd diplomatiek wil zijn. Het was vroeger mijn droom om secretaris-generaal van de VN te worden, maar dan moet je de leden van de Veiligheidsraad aan je kant hebben. Die heb ik inmiddels allemaal beledigd: de Amerikanen over Guantanamo Bay, de Chinezen over Tibet, de Fransen over hun kernproeven, de Britten over hun oorlog in Irak, en de Russen over Tsjetsjenië en de onderdrukking van de vrije media.
"Als je jong bent heb je wel je idealen, maar ben je nog niet zo doordrenkt van de politieke realiteit. Idealen heb ik nog steeds, maar ondertussen heb ik een beter beeld wat ons belemmert om dingen te veranderen, en hoe lastig het kan zijn de gevestigde orde te doorbreken."
Je hebt rechten gestudeerd in Leiden. Wilde je advocaat worden?
"Nee, ik wist niet wat ik anders moest doen. En m'n vader en grootouders hadden het ook gestudeerd. Het is een goede algemene opleiding, en Leiden was goed in internationaal recht, milieurecht en Europees recht, dus dat leek me een goede keus. Verder was het dicht bij Schiphol; m'n ouders woonden toen op Barbados."
Waarom ging je niet in Amerika studeren?
"Dan was ik waarschijnlijk 'Amerikaanse' geworden; ik vond het belangrijk mijn roots te ontdekken. Ik kende Nederland alleen van de vakanties. Daardoor had ik er een ideaalbeeld van: altijd lekker weer en iedereen heeft tijd voor je. Dat was wel even wennen toen de gure herfst begon en ik op m'n fiets tegen de wind in moest rijden.
"Ik moest ook wennen aan de heel directe manier van omgaan van Nederlanders. Amerikanen zoeken overal het positieve, en Nederlanders leggen snel de nadruk op wat ze raar of overdreven vinden. Ik dacht dus eerst dat ze me niet aardig vonden, tot ik erachter kwam dat iedereen elkaar zo behandelt. Later begon ik dat te waarderen als eerlijk, hoewel ik een tussenweg positiever vind. Als je niks aardig kunt zeggen, kun je net zo goed je mond houden."
Het beeld van Amerika is ook dat van een harde ellebogenmaatschappij.
"Dat is net zo'n simplificatie als dat onze sociale uitkeringen zouden leiden tot luiheid. Ik denk dat Amerika iets kan opsteken van ons sociale vangnet, en wij iets van het Amerikaanse ondernemerschap, en van het stimuleren van excellentie, creativiteit en talenten in ieder mens. Het leuke van het opgroeien tussen twee culturen is dat je het beste uit beide kunt meenemen."
Hoe verliep je studie? Is daar het beste uit jou gehaald?
"Het eerste jaar ging helemaal niet goed, want ik had nooit op een Nederlandse school gezeten. In m'n eerste tentamen stond dat je uitsluitend het Nieuw Burgerlijk Wetboek mocht gebruiken, maar ik wist niet wat 'uitsluitend' betekende. Dat is niet een woord dat je ouders gebruiken. Ik dacht dat ik dat wetboek moest uitsluiten en heb dus alleen het oude wetboek gebruikt. Toen kreeg ik een nul! Na een gesprek met mijn studiebegeleider mocht ik voortaan een woordenboek gebruiken; toen ging het een stuk beter.
"Ik heb zes jaar over m'n studie gedaan, en er van alles naast gedaan. Ik was lid van studentenvereniging Augustinus en zat in het bestuur van de plaatselijke kamer van verenigingen, de lustrumcommissie, het pleitteam, de hele mikmak. Ik heb toen veel geleerd over de Nederlandse overlegcultuur, het gepolder. Het bestuur van de vereniging werd via vriendjespolitiek benoemd.
"Alles in dit land gaat om wie je kent; als je in bepaalde circuits zit word je benoemd. Zo worden burgemeesters in achterkamertjes gekozen, zo worden kabinetten bij elkaar geraapt. Verantwoording afleggen op basis van van tevoren gestelde regels en criteria is er nauwelijks bij. In Amerika voerden we campagne voor de klassenvertegenwoordiger, op basis van een programma."
Heb je in je studententijd voor meer democratisering geijverd?
"Ik begon pas tegen het einde van m'n studie politiek bewuster te worden. Daar heb ik toen met Laurens-Jan Brinkhorst over gesproken; hij was een familievriend van ons. Ik heb meegedaan met een demonstratie tegen minister Deetman; we zijn bijna gearresteerd toen we op de snelweg een spandoek ophingen 'Deetman snel-weg'. Dat was mijn eerste politieke verzetsdaad in Nederland. In Londen had ik al tegen de apartheid gedemonstreerd, en was toen ook bijna opgepakt."
Wat ben je na je studie gaan doen?
"Ik houd er altijd van iets nieuws op te zetten. Daarom ben ik in 1990 afgestudeerd op lucht- en ruimterecht voor de aerospace plane, een vliegtuig dat opstijgt als raket en landt als vliegtuig; zo kun je in vier uur van Parijs naar Tokio. Mocht dat er ooit komen, dan heb ik de aansprakelijkheid vast geregeld!
"Het rechtssysteem geeft de wenselijkheid weer. Dat werkt hier redelijk goed, maar op internationaal niveau niet. De laatste twee jaar van mijn studie werd me steeds duidelijker dat geld, olie, wapens en economie minstens zo belangrijk zijn als het juridisch aspect. Daar wilde ik meer over leren, dus wilde nog een jaar studeren. Ik koos voor een studie internationale economische relaties aan de Amerikaanse universiteit in Bologna. Ik vond het ook leuk nog een vijfde taal te leren. Naast een beurs leefde ik van een denkbeeldige auto; die zou ik van m'n vader krijgen als ik voor m'n achttiende niet gerookt had. Een mooi voorbeeld van het belonen van positief gedrag!
Hoe was de sfeer in Bologna?
"Ik vond de samenwerking tussen de Europese studenten uniek: ze hielpen elkaar met aantekeningen en bijpraten. De Amerikanen waren competitief op het onzinnige af; ze haalden zelfs boeken uit de bibliotheek zodat anderen die niet konden lezen, en zo zelf beter konden scoren. Ik probeerde steeds een brug te slaan tussen die twee culturen.
"Dat jaar groeide mijn waardering voor de Europese manier van samenwerken. Toen er in Bologna een gastspreker kwam die voor de Europese Commissie werkte, vroeg ik hem of ik daar stage kon lopen. Toen ik door de eerste selectie was gekomen kende ik verder nog niemand in Brussel. Via een oud studiegenootje leerde ik iemand kennen die ook voor de Commissie werkte. Die zei: 'Kom maar langs'. Toen ben ik bij hem in de gang op de deuren gaan kloppen om te vragen of ze een stagiair nodig hadden. Dat was doodeng; de eerste keer stond ik vijf minuten met m'n hand voor de deur. Via de naambordjes wist ik in welke taal ik ze moest aanspreken. Nadat ik dat een hele dag gedaan had, ging ik op bezoek bij die gastspreker. Hij zei: 'Stop maar met lobbyen, want je kunt bij ons stage lopen!'"
Toe maar. Gelijk een betaalde stage?
"Nee, ik werd er niet voor betaald, en woonde ergens in een kelderkamertje, maar ik dacht: 'Dit is een belangrijke investering in m'n toekomst; dit moet je gewoon een half jaar doen!' Toen de Muur was gevallen werd ik gevraagd om voor de EU de politieke contacten met Oost-Europa op te bouwen, als assistent van een afdelingshoofd. Dat was ongelofelijk hard werken en heb veel naar de voormalige Sovjetstaten gereisd. We groeiden snel en ik kreeg steeds meer verantwoordelijkheden. Uiteindelijk ben ik projectmanager geworden voor het milieuprogramma. Ik zei: 'Geef mij maar vijf miljoen ecu, dan zet ik een milieuprogramma op voor de Zwarte Zee'.
"Als er nieuwe uitdagingen waren kon je die gewoon oppikken. Het was pionieren; alles kon, want alles was daar nieuw. We moesten lokale kantoren opzetten, democratisering en de overgang naar de markteconomie ondersteunen, samenwerken met de Wereldbank, enzovoorts. Op een reis naar Kirgizië hadden we een Italiaanse tolk; ik vertaalde het dan weer naar het Frans. Als 26-jarige zat ik zo met de minister te onderhandelen die niets begreep van de markteconomie. Hij was gewend dat alles door Moskou werd betaald. Tijdens het gesprek werd hem langzaam duidelijk dat hij nu heel andere afwegingen moest maken om een kolenmijn te heropenen. Het was een soort ontwikkelingswerk. Ik moest hem diplomatiek duidelijk maken dat het voordeliger was een hydro-centrale uit te breiden. Dat was heel interessant."
Kon je bij de Europese Commissie blijven?
"Helaas niet. Na drie jaar moet je weg, tenzij je een groot examen haalt, het concours. Ik had daarvoor gestudeerd, maar het niet gehaald omdat ik een paar vragen over Europese cultuur niet kon beantwoorden. Zoals de vraag in welke film er een kinderwagen van een trap af rolde. Het is absurd dat je daarop kunt zakken. Ze maken de selectie heel streng, omdat zich 36.000 mensen aanmelden voor dat concours, waarvan er maar zeshonderd doormogen.
"Toen solliciteerde ik op een baan bij de European Bank for Reconstruction and Development in Londen. Weer een mooie pioniersbaan: milieufinanciering opzetten. Het leek op m'n vorige baan, maar stond er nu meer alleen voor. Zo moest ik in m'n eentje in Minsk onderhandelen over milieuprojecten: een heel deprimerende stad, met dito hotel. Gelukkig kwam ik daar idealistische mensen tegen.
"Intussen had ik wel dat concours gehaald. Toen kreeg ik een telefoontje van de kabinetschef van Hans van den Broek. Ze zochten een vrouw met ervaring in Oost-Europa en met het Europees parlement, precies wat ik al gedaan had. Het enige obstakel was mijn lidmaatschap van D66. Ik was in 1994 kandidaat geweest om te oefenen. Maar toen ik zei dat ik Hans van Mierlo nog nooit een hand had gegeven was dat voldoende!
"Ik heb daar twee jaar gewerkt: een heel uitdagende baan, aan de top van de politiek. Als je het oor van de commissaris hebt kun je heel veel invloed uitoefenen. Je hebt achthonderd zeer professionele ambtenaren voor je werken; alles wordt perfect voorbereid. Je mag mee naar alle belangrijke overleggen. Op een gegeven moment kon ik woordvoerder worden van Hans van den Broek. Daar hoefde ik geen seconde over na te denken. Hij is zeer professioneel, een dossiervreter, maar ook gewoon een leuk, warm mens. Een CDA-er van het goede stempel: opkomend voor internationaal recht, mensenrechten, zowel een Europeaan als een trans-Atlanticus.
"Als woordvoerder mag je overal mee naartoe, naar overleggen met premiers en ministers van buitenlandse zaken. Je moet er dan snel uitfilteren wat de pers mag weten en wat niet. Er was elke dag een persconferentie voor tweeduizend journalisten in Brussel, en dagelijks radio en televisie. Dat was een goeie oefening voor mijn latere politieke loopbaan."
Ik kan me voorstellen dat je dan liever je eigen verhaal vertelt.
"Woordvoerder was een leuke functie, maar aan dat eigen verhaal was ik ondertussen wel toe. D66 was ook toen de enige echt pro-Europese partij, dus heb me in 1998 weer gekandideerd voor het Europees parlement, dit keer voor het lijsttrekkerschap. Ik was een van de weinigen die in Nederland bekend is geworden door het Europarlement. Zichtbaarheid vond ik heel belangrijk. Naar buiten via een website en een nieuwsbrief en intern via het bewindsliedenoverleg van D66. Dat was tijdens Paars 2. Ik wilde het Europees bewustzijn stimuleren bij de Kamerleden.
"Die vier jaar heb ik met veel plezier in Brussel gewerkt, met heel tastbare resultaten, zoals de opening van een ziekenhuis in Gaza. Daarna kwam die roerige periode in Nederland met de moord op Fortuyn en het kabinet met de LPF. Toen er voor de verkiezingen in 2003 een beroep op me werd gedaan me te kandideren heb ik dat gedaan. Ik had alweer dertien jaar niet in Nederland gewoond, dus het werd ook weer tijd om m'n wortels te voeden. Verder vond ik het belangrijk in D66 de discussie aan te gaan met de zogeheten staatkundigen; ik zat in de brede sociaal-liberale stroming. Het is gelukt dat die een doorbraak forceerde."
Nadat Boris Dittrich struikelde in het debat over Uruzgan volgde jij hem op als fractievoorzitter. Toch verloor je de verkiezing tot lijsttrekker van Alexander Pechtold. Kort daarop trok je je terug als kandidaat voor de Kamer. Dat zal niet makkelijk zijn geweest.
"Nee, want ik ben verliefd op de politiek. Als honderdtien mensen anders hadden gestemd was ik nu lijsttrekker geweest, maar dat hoort erbij. What doesn't kill you makes you stronger. Het is belangrijk in je professionele leven om tegenslagen te hebben. Ik heb me teruggetrokken omdat kiezers recht hebben op duidelijkheid; ik had andere opvattingen dan Pechtold over het bijzonder onderwijs. Nu is de lijn eenduidig. Pechtold zoekt het in de nuance, ik ben activistischer en scherper. Zeker voor kleine partijen is het belangrijk een duidelijk profiel te hebben."
Hoe kun je na zijn verkiezing nog zo gedreven zijn voor D66?
"Dat komt door mijn idealen. Daar blijf ik voor knokken. Een partij is overigens maar een middel."
Wat ga je doen na de Kamerverkiezingen?
"Goeie vraag. Ik heb wel ideeën en krijg al aanbiedingen, maar ik schrijf alles op in een sabbaticalboekje. In januari ga ik daar over nadenken. Tot 29 november 2006 ben ik in functie. Daarna heb ik een paar weken nodig om m'n spullen op te ruimen. Rond Kerst wil ik leuke dingen doen met m'n gezin, en daarna ga ik rustig nadenken."
Zou je weer iets op het internationale toneel willen?
"Dat zit er niet in, omdat mijn man net promotie heeft gemaakt. Hij heeft acht jaar mijn carrière volledig de ruimte gegeven, dus lijkt het me niet meer dan redelijk dat ik dat ook een paar jaar voor hem doe. Ik heb al nee gezegd tegen een leuke baan voor een Europese tv-zender; die was me op het lijf geschreven. Ik hoef me geen zorgen te maken."