1. Maak jouw gevoelens duidelijk
Sommige mensen potten hun gevoelens op (slecht voor het hart, slecht voor de geestelijke gezondheid!), anderen proberen via non-verbale communicatie duidelijk te maken wat zij van een bepaalde opmerking of situatie vinden (bijvoorbeeld ontevreden, ongelukkig of kwaad kijken). Zij hopen dat de ander hun afkeurende blik doorheeft en daar dan ook op zal reageren. Een nogal gewaagde methode...
Waarom niet de ander zeggen hoe je nu over zijn voorstel, mening, enzovoorts denkt? Wees specifiek. Als je dat bent zal de ander zich niet achter onbegrip verschuilen. Soms is het handiger geen diplomaat te zijn, maar om bot jouw mening te ventileren… Zeg bijvoorbeeld: Ik ben hierin nogal teleurgesteld.
Ik ben erg ongelukkig over de manier waarop u met mijn belangen omgaat. Het is de ander dan duidelijk waar(voor) je staat.
| 2. Leg jouw 'plan van aanpak' uit |
Je wilt iets van een ander, of de ander wilt iets van jou – waar je minder voor voelt. Leg je voorstel uit. Hoe specifieker je bent, des te groter je slagingskans. Gebruik objectieve en neutrale woorden. Hanteer alleen als daar strikte noodzaak voor is, harde termen. Praat op ‘normale’ toon. Niet te zacht (een bewijs van zwakte en onzekerheid), maar ook niet te hard of schreeuwerig. Sub-assertieve mensen spreken meestal met (te) zachte stem. Onderhoud oogcontact. Kijk de ander veelvuldig aan. ‘Wegkijken’, vooral op de momenten die er toe doen, is een zwaktebod.
| 3. Bevestiging van de ander |
Kun je je voorstellen waarom ik mij zo voel? Wanneer het antwoord ontkennend is zul je het moeten uitleggen... Is de ander vol begrip, ga dan verder.
| 4. Vraag de ander naar zijn gevoelens en ideeën |
En wat is uw idee (mening, gevoel) hierover? Laat de ander ook zijn gevoelens ventileren. Misschien dat de uitkomst niet altijd even prettig klinkt, maar je weet wel waar je met je gesprekspartner aan toe bent!
| 5. Vraag om meer informatie |
Door het stellen van de juiste vragen krijg je informatie waardoor het ‘plaatje’ duidelijk wordt. (Stel vooral open vragen.) Vragen stellen heeft nog een voordeel: je dwingt de ander in de verdediging. (Maar wees daar voorzichtig mee!) Een aardige vraagtechniek, die vaak is toe te passen:
"Waarom zegt u dat?"
"Wat is de bedoeling van deze opmerking?"
"Wat wilt u hiermee zeggen, bereiken?"
"Wat bedoelt u hiermee?"
| 6. Wees groot genoeg om klein te kunnen zijn. |
Je bent niet perfect en er zijn voldoende zaken waar je weinig van afweet, of die je niet meteen begrijpt. Dat geeft niet. Zolang je hierover maar eerlijk bent. Je staat sterker en verkrijgt respect wanneer je durft te zeggen iets niet te begrijpen of de conversatie hierover niet meer te kunnen volgen.
| 7. Nee is nee, en ja is ja |
Wanneer je nee zegt is het nee, en niet: nee, tenzij , of indien , of alleen wanneer... En je jawoord moet ook bindend zijn. Wanneer je onduidelijk bent in je antwoorden lok je alleen maar discussie uit en daarmee manoeuvreer je je in een lastige situatie. Strooi eens met de volgende ‘assertieve zinnen’:
"U vindt mij waarschijnlijk erg brutaal, maar...."
"Ik vind het vervelend u na al deze besprekingen te moeten zeggen, dat...."
"Misschien ben ik lastig als ik zeg dat we toch nog eens dieper op het tijdsaspect in moeten gaan."
"Het spijt mij zeer u te moeten meedelen dat..."
Je kunt in netelige gesprekssituaties terecht komen, maar ook daar zijn altijd uitwegen:
- Bedenk dat je niet op elke vraag ogenblikkelijk antwoord hoeft te geven.
Je mag er best over nadenken – en kan dat in voorkomende gevallen ook eerlijk zeggen. Maar de interviewer zal natuurlijk wel vreemd opkijken wanneer je op een vraag als waarom bent u eigenlijk natuurkunde gaan studeren? , achterover gaat leunen en aarzelend zegt: dat is een goede vraag... mag ik daar even over nadenken?
- Je hoeft niet op elke vraag antwoord te geven.
Misschien omdat het een inbreuk op je privacy is, wens je er niet op in te gaan.
- Wanneer je een antwoord niet weet, terwijl dat wel van je wordt verwacht, kan het jouw tactiek zijn om geen rechtstreeks antwoord te geven. Als je dat een enkele keer doet zal dat niet opvallen. Doe je het vaak, dan zal het tot argwaan en doorvragen leiden. En zijn jouw antwoorden dan nog onbevredigend, dan leidt dit tot irritatie...
Wat nu als jouw tegenspeler onvriendelijk is, je provoceert, onaangenaam wenst te zijn? |
Allereerst, ga niet mee in de onvriendelijkheid. Een goede aanpak: reageer afstandelijk. De ander krijgt dan geen vat op je. Enkele voorbeelden:
"We hebben een probleem. Ik houd niet van problemen. Hoe lossen we dat op?"
"Als we beiden echt willen, lossen we dit probleem in sneltreinvaart op."
Het helpt je zaak wanneer je vol vuur vermag te spreken over het onderwerp in kwestie. (Bijvoorbeeld over je eigen prestaties.) Het is dan ook gunstig om enthousiasme aan de dag te leggen. Hoe doe je dat? Je zult enige kennis moeten hebben van hetgeen je bespreekt. (Jij bent ’s werelds experts op het gebied van jezelf!) Een kwestie van gespreksvoorbereiding. Andere tips:
- Verhoog je spreeksnelheid.
Hiermee boei je mensen eerder – en langer.
- Wissel veelvuldig van toonhoogte.
Blijf je op gelijke toonhoogte spreken dan is dat monotoon. De gesprekspartner merkt dat zijn oogleden alsmaar zwaarder worden en hij sukkelt langzaam in slaap. Zzzzz…
Met dank aan Psycom