| Onbekenden in een onbekende situatie |
- "Wat is het hier warm/koud/gezellig/vol/druk/mooi/verzorgd/hè."
- "is deze stoel/plaats vrij?"
- "Wil je ook wat drinken/eten? Zal ik het voor je halen?"
- "Ben je hier vaker geweest? Weet je de weg?"
- "Wat een mooie ketting/trui/ring draag je. Die kleur staat je goed."
| Onbekenden op onbekend terrein |
- "Indien er badges gedragen worden, noem de ander direct bij zijn of haar naam."
- "Wat vind jij van het (sprekers)programma?"
- "Waar kom jij vandaan?Welk bedrijf?"
- "Is deze stoel vrij? Ik zie (op de badge) dat je uit Amsterdam komt van …(bedrijf). Ik ben…"
| Bekenden in een onbekende situatie |
- "Hé, jij ook hier. Wat leuk om je hier te zien."
- "Hoe kom jij hier zo verzeild?"
- "Wat grappig, ik wist niet dat we een gezamenlijke vriend/bekende/zakenrelatie hadden."
- "Fijn dat je hier ook bent. Kunnen we even bijpraten."
| Bekende zakenpartners maken een praatje |
- "Heb je een goede reis gehad?Hoe ben je hier? Geen file/vertraging?"
- "Heb je het makkelijk kunnen vinden?"
- "Wil je wat drinken? Geef je jas maar hier. Ik loop wel even voor."
- "Hoe gaat het met je?"
- "En hoe gaat het met familielid/zakenrelatie/belangrijke actie van de ander?"
- "Ben je op vakantie geweest? Je ziet er goed uit!"
- "En verder alle voorkomende onderwerpen die jullie gemeenschappelijk hebben op het gebied van jullie werk en in sommige gevallen ook in jullie privé-leven. Dat laatste hangt af van de relatie die je met elkaar."
Bron: Een praatje maken; M. van Burik; uitgeverij Thema