Home  Columns  Journalisten moeten wetenschappelijker denken





Vorige columns










11 september-complot: 'believers' versus goedgelovigen


Journalisten moeten wetenschappelijker denken

Wat een onzin! Dat was het eerste dat ook bij mij opkwam toen ik een jaar geleden tv-beelden zag van demonstranten bij Ground Zero die riepen dat de regering Bush achter de aanslagen op 11 september 2001 zat. Een complot! Gekker moet het toch niet worden, denk je dan, en je gaat over tot de orde van de dag.

Totdat ik laatst in de Metro iets las over de internetdocumentaire Loose Change. Gedreven door nieuwsgierigheid heb ik er toch maar naar gekeken. Heel sceptisch, zodat ik elk document dat in de film werd genoemd meteen opzocht. Dat is het prachtige van internet: je kunt zelf gelijk de bronnen checken. Al surfend werd me snel duidelijk dat hier meer aan de hand was dan het werk van een handjevol verblinde Bush-haters en irrationele complotdenkers.

Op de film valt vast het een en ander af te dingen, maar de documenten die ik las waren oorspronkelijke bronnen en wetenschappelijke analyses. Zoals over de onmogelijkheid van de officiële versie om het ineenstorten van de WTC-torens te kunnen verklaren. Als fysici zoiets beredeneren, zet je al gauw je oogkleppen af. Althans, ik wel, want ik heb zowel natuurkunde als bouwkunde gestudeerd (die tweede studie heb ik ook afgemaakt).

Misschien vormt die wetenschappelijke achtergrond een cruciaal verschil met de journalisten die critici van de officiële versie van '9/11' nog altijd spottend betitelen als complotdenkers en 'believers'. Dergelijke tendentieuze benamingen zijn bedoeld om de 'tegenstanders' belachelijk te maken, zodat deze niet meer op argumenten bestreden hoeven te worden. Dat is handig als je niet over goede feitenkennis en tegenargumenten beschikt. Zo geeft ene Marc van Dijk in Trouw duidelijk blijk van onwetendheid, maar hij staat wel klaar met zijn denigrerende oordeel. Dat riekt naar riooljournalistiek, een kwaliteitskrant onwaardig.

Het ridiculiserende artikel past perfect in het patroon van het onschadelijk maken van dissidenten dat Pamela Hemelrijk met haar gebruikelijke felheid in een column ontwaart. 'Negeren, ridiculiseren, psychiatriseren, criminaliseren en liquideren', waarbij ze gemakshalve ook maar even een complot achter de moord op Fortuyn voor waar aanneemt. Dat is nou jammer, want dat doet afbreuk aan de kracht van haar analyse. Zo zet je jezelf te kijk als complotdenker, en word je niet meer serieus genomen.

Een goede journalist gaat te werk als een wetenschapper: gedreven door nieuwsgierigheid op zoek naar de waarheid. Daarbij mag je niets op voorhand uitsluiten. Je mag ook gerust hypotheses formuleren (noem het complottheorieën), als je die maar niet voor waar aanneemt zolang ze niet onomstotelijk zijn bewezen.

Maar is het wel zinvol allerlei complottheorieën serieus te onderzoeken? Onderzoeksjournalisten zijn immers schaars, dus ze moeten hun kostbare tijd nuttig besteden. Zeker, maar zodra wetenschappers bergen verontrustende feiten over een zaak van wereldformaat op een dienblaadje aandienen, zoals Griffin doet in zijn boek over 11 september, ben je wel erg dom bezig als je daar niet op z'n minst kennis van wil nemen. Of incompetent. Of gewoon lui. Maar waarschijnlijk bang: de angst te worden aangezien voor een goedgelovige en dus onkritische journalist. Prima, maar als je als bange of luie journalist die moeite niet wil nemen, moet je je in elk geval onthouden van aanmatigende vooroordelen.

Journalisten mogen niet vergeten dat complotten daadwerkelijk bestaan. Sterker nog, de wereld zit er van oudsher vol mee, van de werkvloer tot de wereldpolitiek. Het probleem is dat bedenkers van complotten iets te verbergen hebben, en daar ook veel werk van maken. Het kost dus moeite om achter de waarheid te komen, zeker als samenzweerders de beschikking hebben over astronomische bedragen en machtige geheime diensten. Veel politieke complotten worden daardoor nooit ontdekt, wat het bestaan ervan niet minder reëel maakt.

Zolang de volledige waarheid verborgen blijft, mag je daaruit niet de conclusie trekken dat een complot 'dus' niet bestaat. Dat is geen kwestie van haarkloverij, maar van beroepsethiek en wetenschapsfilosofie. Helaas hebben veel journalisten daar kennelijk geen kaas van gegeten. Zelfs alom gerespecteerde exemplaren als hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant geeft daar blijk van.

Pieter Broertjes in EenVandaag op 1 september 2006In EenVandaag zei hij over verkondigers van een mogelijk 9/11-complot: "Dat is ideologie. Het heeft niets met de feiten te maken. Dus ze zijn bij mij bij voorbaat al verdacht." Zijn mogelijk goedbedoelde oogkleppen maken het hem dus onmogelijk kennis te nemen van de talrijke, goed gedocumenteerde feiten. Let wel: de feitenanalyse van Griffin is twee jaar geleden al in Amerika verschenen, en andere waren er nog veel eerder.

De critici van het officiële 9/11-verhaal noemen zichzelf van de weeromstuit non-believers. Zij weigeren immers de bizarre officiële verklaringen en feitelijke onmogelijkheden te geloven. Types als Marc van Dijk en Pieter Broertjes kun je daarentegen met goed recht goedgelovigen noemen. Of naïevelingen, zoals Broertjes zelf in een vlaag van zelfkritiek al suggereert.

Je mag een complottheorie pas met goed fatsoen naar het rijk der fabelen verwijzen, als daar onomstotelijk bewijs voor bestaat. Zolang dat niet het geval is dien je je agnostisch op te stellen: je weet het gewoon niet. Net als met God. Ik heb nooit een bewijs van haar/zijn bestaan gezien, maar daarmee kan ik haar/zijn bestaan nog niet categorisch ontkennen. Ik weet namelijk dat ik niet alles kan weten. Gelovigen in God zijn eigenlijk ook een soort complotdenkers: zonder enig bewijs gaan zij voetstoots uit van het bestaan van een schepper die nauw samenwerkt met engelen en profeten. Ze zien Zijn Hand overal achter. Atheïsten kun je vergelijken met de anti-complotdenkers, die zeker menen te weten dat God niet bestaat.

Ik heb geleerd niets voor zoete koek te slikken. Een gezonde dosis scepsis, of noem het Hollandse nuchterheid. Zo vind ik dat de stichting Skepsis terecht gehakt maakt van het ongefundeerde geloof in astrologie en buitenaardse oorzaken van graancirkels.

Misschien schieten de scholen voor journalistiek op dit punt wel te kort. Ondanks het hameren op journalistieke principes als hoor en wederhoor ontberen hbo'ers wellicht een essentieel stuk academische vorming, die inhoudt dat je altijd aan alles moet blijven twijfelen. Ook aan je eigen (voor-)oordelen. Dankzij dit principe komt de westerse wetenschap al eeuwen tot waarheidsvinding. Dat zou voor journalistiek precies zo moeten gelden.

Of ik zelf een 'believer' in een 11 september-complot ben? Je zou het bijna geloven. Hoewel er onnoemelijk veel circumstantial evidence is die wijst op betrokkenheid van de regering Bush, gun ik zelfs hem het voordeel van de twijfel, totdat een echt onafhankelijk onderzoek het tegendeel uitwijst, bij voorkeur met een bekentenis van een direct betrokkene. Maar zolang onderzoek naar de gebeurtenissen op 11 september 2001 stelselmatig wordt gedwarsboomd en klokkenluiders het zwijgen wordt opgelegd, acht ik een 'complot' wel veel waarschijnlijker dan een volkomen onschuldige Bush.

Links:

Lemniscaat doorbreekt taboe op 9/11 complottheorie

Conclusies van het boek

Back in the USSR (column van Pamela Hemelrijk, Metro 29 augustus 2006) 

11 september / Besmettelijk complotvirus (Trouw, 2 september 2006) 

Uitzending EenVandaag (1 september 2006, met Pieter Broertjes) 

Stichting Skepsis

Sibel Edmonds (ontslagen FBI-vertaalster, klokkenluider) 

We want the media to investigate 911.com

Onno van Buuren, 6 september 2006







 Over Loopbaan.nl | Adverteren op Loopbaan.nl | Partners | Contact | Privacy Statement | Sitemap | Disclaimer © Loopbaan.nl