Lemniscaat over 11 september
Lemniscaat doorbreekt taboe op 9/11 complottheorie
door Onno van Buuren
Complottheorieën over de aanslagen op 11 september 2001 doen al jaren de ronde. Steevast roepen ze verontwaardiging, woede en hoon op: je kunt je immers niet voorstellen dat zulke vernietigende aanslagen op Amerika door de eigen regering zijn voorbereid? De Amerikaanse hoogleraar David Ray Griffin toont echter met nauwgezet feitenonderzoek aan dat je eigenlijk niet tot een andere conclusie kúnt komen. Lemniscaat durft het aan zijn baanbrekende boek over 9/11 uit te geven. “Wij zijn onverbeterlijke wereldverbeteraars.”
In een statige villa in het Rotterdamse Kralingen gaan onschuldige kinderboeken en de dodelijke ernst van 11 september moeiteloos samen. Terwijl ik eigenaar Jean Christophe Boele van Hensbroek en schrijfster/vertaalster Jesse Goossens spreek over dit opmerkelijke initiatief, komen de eerste dozen met het vertaalde boek van David Ray Griffin binnen. Zo heb ik de eer het eerste exemplaar in ontvangst te mogen nemen.
Hoe kwamen jullie op het idee een kritisch boek over 11 september uit te geven?
Jesse: “Een vriend van ons is piloot bij de KLM. Toen het gesprek bij een diner toevallig op vliegangst kwam, zei hij dat iedere piloot weet dat wat in het Pentagon is gevlogen nooit een Boeing 757 kan zijn geweest. Wij dachten aan een spookverhaal, maar hij liet meteen foto’s op internet zien van het Pentagon voordat de gevel instortte. Dan zie je een muur die helemaal intact is, met een klein gat erin; en er ligt geen enkel stuk van een Boeing op het gazon ervoor.
Jean Christophe: “Hij vertelde ook dat een aantal van die zelfmoordpiloten nog in leven waren. Dat verhaal zingt natuurlijk rond in die pilotenwereld. De autoriteiten wijten het aan persoonsverwisselingen. Dat is nog maar een detail. Er zijn zoveel punten die om nader onderzoek vragen. Wij organiseren een debat, waarin we ons willen beperken tot een paar hoofdpunten. Zoals dat het instorten van de WTC-torens wordt geweten aan de hitte van de brand, terwijl er beelden zijn van levende mensen in een gat dat door een van de vliegtuigen is geslagen.”
Jesse: “Een ander sterk argument is de grote snelheid waarmee de torens instortten. De officiële verklaring is dat de verdiepingen één voor één onder het gewicht bezweken. Maar dan zou je bij elk van de 110 verdiepingen toch wat vertraging hebben, al is het maar een halve seconde. Zelfs dan kom je al uit op bijna één minuut, terwijl de torens binnen enkele seconden in elkaar zakten, vrijwel met de snelheid van een vrije val.
“Het gaat ons niet alleen om die feiten, maar op grond van ‘11 september’ zijn zoveel belangrijke beslissingen genomen die voor ons en anderen levensbepalend zijn.”
Jean Christophe: “Hier moesten we gewoon iets mee doen. Wij zijn toevallig een uitgeverij, dus wij kunnen dingen publiceren. Ik vind dat dat verplichtingen schept. Maar we hebben zelfs discussies moeten voeren met onze medewerkers die dachten dat het niets zou worden. ‘Dat moeten wij niet doen’ en ‘Het maakt toch niet uit’. Je krijgt alles over je heen. Ik heb gezegd: ‘Jongens, je kunt in het leven toeschouwer zijn, en je kunt speler zijn. Denk niet dat als je toeschouwer bent, je niet tegelijk ook speler bent. Net als wanneer je passief toekijkt als iemand in elkaar wordt geslagen; dan ben je terecht strafbaar.”
Jesse: “Dit boek heeft heel goed duidelijk gemaakt hoe wij ons onderscheiden van andere mensen. Wij zijn onverbeterlijke wereldverbeteraars. Wij zijn niet bang om raar gevonden te worden, en zullen dat met hand en tand blijven verdedigen. We worden daarbij niet cynisch. We zijn ook bereid de andere kant in ogenschouw te nemen. Op 1 juni waren we op Memorial Day in New York; heel indrukwekkend. Daar begrijp je dat mensen niet willen geloven dat hun overheid medeverantwoordelijk zou kunnen zijn voor de dood van hun dierbaren. Voor rouwverwerking is zo’n dag fantastisch, want je mag ook jaren later nog rouwen om de doden. Tegelijkertijd is het grootste argument van de regering tegen onderzoek naar de gebeurtenissen op 11 september, dat het de doden zou beschamen.
“Het grappige is dat mij steeds wordt verweten dat ik naïef ben, terwijl ik dingen aan de orde wil stellen. Dan zeg ik maar dat hoop dat ik de rest van mijn leven naïef blijf, want je hebt naïevelingen nodig om de wereld te veranderen. Het vereist moed en dapperheid zoiets te doen. Zeker in de VS, waar het minst erge dat je kan overkomen is dat je ontslagen wordt, maar je familie wordt bedreigd. De intimidatie is zó groot.”
Daar hoeven journalisten hier toch niet bang voor te zijn?
Jesse: “Nee, maar hier zeggen ze dat er niets aan de hand kan zijn, omdat het anders daar al lang aan de orde was gesteld. Dat vloekt natuurlijk met de journalistieke principes van nieuwsgierigheid en onafhankelijkheid. Ze zijn vooral bang voor hun imago. Wat als blijkt dat de journalisten hun verdenkingen niet waar kunnen maken? Of belachelijk worden gemaakt? Daar zijn ze bang voor, want je steekt natuurlijk wel je nek uit als je ingaat tegen het Amerikaanse regime. Dat merken wij al.”
Jean Christophe: “Het valt me wel op dat het hele emotionele van een paar weken geleden al voorbij is. We zitten collectief in een gewenningsproces. De mensen die zich het meest hebben ingegraven hebben wat moeite uit hun loopgraven te komen. Die hebben natuurlijk iets te verliezen.”
Jesse: “Het is heel gaaf dat dit boek hier een rol in speelt. Als er Kamervragen over worden gesteld zijn we tevreden.”
Jullie organiseren een lezing door Griffin, gevolgd door een debat met politici en journalisten. Hoe gaan jullie daarbij om met de weerstand tegen dit onderwerp?
Jean Christophe: “We kregen tegenwind van echt iedereen. Dat gaat heel ver. Ik heb zelfs tegenwerking ondervonden van de Volkskrant en de VPRO, waar ik al jaren globaliseringslezingen mee organiseer. Maar toen ik dit onderwerp voorstelde voor een debat wilden ze er niet aan. ‘Je bent toch geen believer geworden?’, vroeg de Volkskrant. Ze wilden er eigenlijk niet eens over praten, want ze hebben het als 18e punt op de agenda gezet!”
Jesse: “Een journalist van Het Parool belde mij op, en kapte al mijn zinnen af. Toen heb ik gewaarschuwd dat ik niet verkeerd geciteerd wilde worden.”
Jean Christophe: “We hebben de hoofdredacteuren van de grootste kranten gebeld, en gezegd dat we boven de controverse staan, en dat we gezocht hebben naar een goede auteur die de ingang van de feiten kiest. Sommigen komen ook in het forum. Onze actie heeft toch wel de nodige reacties opgeleverd, en het gekke is dat die steeds genuanceerder worden. Het AD wil er zelfs een lezersaanbieding aan koppelen. Trouw, die heel aarzelend was, en nog stigmatiserende artikelen schreef over alles wat kritisch was, gaat er nu een serieus artikel aan wijden, evenals het NRC."
|

Jean Christophe, hoe is Lemniscaat ontstaan? “Mijn ouders hebben het in 1963 opgericht. Mijn vader was toen 53 en had negen kinderen. Hij was weggegaan bij Unilever en wilde met mijn moeder voor zichzelf beginnen. Mijn vader wilde iets in zijn leven gedaan hebben waar hij in geloofde. Toen begonnen ze een uitgeverij voor kinderboeken, prentenboeken, kunst en filosofie. De verkoop begon moeizaam, want het is niet zo makkelijk een naam te verwerven bij de boekhandel. En waar vind je de auteurs? Met Jan Terlouw en Thea Beckman is de bekendheid gegroeid.
“Het is nog steeds een zelfstandig familiebedrijf. In onze grootte zijn we vrij uniek, zeker wat kinderboeken betreft. Veel literaire uitgeverijen besteden het meeste werk uit; dat doen wij niet.”
Hoe raakte je er zelf bij betrokken? “Na m’n studie rechten en criminologie begon ik me er bij een uitgeverij in Londen al op voor te bereiden mijn vader op te volgen. Maar op m’n 25ste kreeg ik het daar helemaal benauwd van. Het idee dat ik m’n hele leven aan één bedrijf zou vastzitten, en de verantwoordelijkheid zou hebben voor zoveel mensen: dat wilde ik niet. Toen ben ik me vanuit de Kinderbescherming acht jaar met delinquente jongens gaan bezighouden.
“Tot ik ruim twintig jaar geleden in een opwelling m’n vader toch heb opgevolgd. Hij was toen al oud en kon geen opvolger vinden. Ik was net bij ‘m op bezoek geweest, en op de terugweg naar huis besloot ik plotseling om te keren om te zeggen dat ik het toch deed. Daar waren we allebei blij mee. Ik heb er nooit spijt van gehad.”
Was het moeilijk de zaak over te nemen? “Ik liep wel tegen m’n eigen beperkingen op. Ik ben een chaoot. Ik ben een ideeënmens, maar de uitvoering is niet m’n sterkste kant. Daar heb ik dus mensen voor nodig, zoals een goede financiële man. Onze levensader bestaat uit onze auteurs en eigen ideeën. Ik heb mijn maatschappelijke betrokkenheid toegevoegd. Vaak bedenken we een onderwerp waar nog geen schrijver voor is. Zo zijn we ook met 9/11 begonnen, vanuit het gevoel dat de onderste steen boven moet komen.
“Sinds ik in 2001 het boek No Logo van Naomi Klein onder ogen kreeg, geven we boeken over globalisering uit. Zoals ‘Schurkenstaten’ over hoe Amerika reilt en zeilt, en uitstekend voldoet aan de definitie van een schurkenstaat. Aanbevolen door Osama bin Laden, haha. Dus voor ons is kritiek op de Amerikaanse regering niet zo schokkend als voor anderen.” |

Jesse, jij hebt het boek van Griffin vertaald, maar je hebt ook zelf boeken geschreven. Kun je ook iets vertellen over je achtergrond? “Ik heb Nederlands gestudeerd en ben opgegroeid in de boekenwereld. Als kind liep ik al rond bij Querido, vanwege familie daar. Ik deed er van alles, en wilde redacteur worden van kinderboeken. Maar toen het zover was heb ik ontslag genomen, omdat ik niet de hele week hetzelfde werk kan doen. Ik was ook jarenlang hoofdredacteur van de Oerolkrant.
“Ik schrijf veel, en heb ook eerder een boek vertaald. Als ik een boek erg interessant vind wil ik dat zelf doen, want ik ben niet goed in delegeren. Daarom doe ik nu ook zelf de promotie rond het 9/11-boek. Daarbij helpt het dat ik ook werk als radioverslaggever o.a. voor BNR Nieuwsradio, zodat ik weet hoe ik mensen moet benaderen.”
Welke boeken heb je geschreven? “Van alles: twee reisboeken over Azië, een detective, de geschiedenis van theater Tuschinksi, en een mooi geïllustreerd boek voor jongeren over theatergeschiedenis. Vaak ontstaat hier een idee voor een onderwerp, maar is er nog geen auteur. Dan ben ik er. Ik ben voor de wanhoopsprojecten! ‘Onmogelijk’ bestaat voor mij niet. Waarom zou iets onmogelijk zijn?
“Het boek ‘Vrouwen die de wereld veranderen’ heb ik gemaakt voor de globaliseringsreeks. Daarvoor heb ik actieve vrouwen gesproken in Kenia, India, New York, noem maar op. ‘Right to Play’ gaat over de gelijknamige organisatie die kinderen in vluchtelingenkampen met sport en spel letterlijk en figuurlijk weer op de been probeert te helpen. Daarvoor ben ik naar Palestina, Rwanda en Mali geweest; daar word je veel met de dood geconfronteerd. In Rwanda was de stilte beklemmend, wat heel ongebruikelijk is in Afrika. Er wordt niet gelachen, je hoort geen muziek, niets. Ik ben naar de massagraven geweest, en de bunkers waar nog steeds lichamen worden verzameld. Daar heb ik tussen de halfverteerde lijken gelopen, krankzinnig.
“Nu ben ik bezig met een boek over de dood, over alle aspecten tussen overlijden en de begrafenis of crematie. Ik ben met Jean Christophe voor interviews in Amerika geweest. Je zult het niet geloven, maar het is het leukste project waar ik ooit aan heb gewerkt! Het is zo kleurrijk, en mensen worden zo enthousiast.”
Je hebt ook veel met theater gedaan. Wat is eigenlijk de rode draad in je loopbaan? “Mensen, en wat mensen beweegt. Puur achter mijn computer zitten en schrijven kan ik dagenlang, maar het liefst zit ik daarbij tussen de mensen in een café.” |
Links:
Lemniscaat over het boek van David Ray Griffin: ‘11 september: Een onderzoek naar de feiten’ (integraal te downloaden)
Conclusies van het boek
Journalisten moeten wetenschappelijker denken (column van Onno van Buuren)
Lemniscaat
Jesse Goossens
EenVandaag: Onthutsende andere kijk op 9/11
Feitenonderzoek 9/11
Sibel Edmonds (ontslagen vertaalster FBI, klokkenluider)
Onno van Buuren, september 2006