9/11: Complot of extreem toeval?
Aangezien het boek van David Ray Griffin een belangrijke rol speelt in het interview met de uitgever, vatten we hier zijn belangrijkste conclusies samen.
Op basis van het werk van diverse onderzoekers, somt Griffin het volgende bewijsmateriaal voor medeplichtigheid van de autoriteiten op (pag. 167/168):
“1. Bewijs dat de oorlogen in Afghanistan en Irak al om geopolitieke redenen gepland stonden, waardoor 11 september niet de reden voor de oorlogen vormde, maar eerder het excuus.
2. Bewijs dat mannen die connecties met al-Qaeda onderhielden de Verenigde Staten werden binnengelaten, in strijd met regelgeving die hen uit het land had moeten houden.
3. Bewijs dat mannen die connecties met al-Qaeda onderhielden trainingen mochten volgen aan Amerikaanse vliegscholen.
4. Bewijs dat de aanslagen van 11 september nooit hadden kunnen slagen zonder dat een bevel vanuit de hoogste gelederen van de overheid was uitgegaan om de normale handelingsprocedures bij kapingen tijdelijk in te trekken.
5. Bewijs dat Amerikaanse politieke en legerleiders misleidende en zelfs onware verklaringen hebben afgelegd over hun handelwijze tijdens de kapingen.
6. Bewijs in het bijzonder dat de officiële verklaring die op het moment wordt aangehouden – die luidt dat gevechtsvliegtuigen wel op alarmvlucht waren gestuurd maar te laat arriveerden – een aantal dagen na 11 september werd verzonnen.
7. Bewijs dat het instorten van de WTC-torens werd veroorzaakt door explosieven, waardoor de wijze waarop de Amerikaanse regering meewerkte aan het voorkomen van een gedegen onderzoek van het afval, met name het staal, bewijs aandraagt voor haar deelname aan een doofpotaffaire.
8. Bewijs dat een daartoe gemachtigd persoon ervoor probeerde te zorgen dat er doden zouden vallen bij de aanvallen op de tweede WTC-toren en het Pentagon, door die gebouwen niet te laten evacueren.
9. Bewijs dat het Pentagon niet door een Boeing 757 maar door een veel kleiner toestel werd geraakt, in het bijzonder een klein legertoestel.
10. Bewijs dat Vlucht 93 werd neergeschoten nadat de autoriteiten doorkregen dat de passagiers het toestel in hun macht kregen.
11. Bewijs dat minister van Justitie Rumsfeld voorkennis van twee van de aanslagen onthulde.
12. Bewijs dat president Bush op 11 september net deed alsof hij niets wist van de aanslagen en de ernst van de situatie.
13. Bewijs dat president Bush en zijn geheime dienst op 11 september wisten dat hij niet het doelwit van een aanslag zou zijn.
14. Bewijs dat de FBI minstens een maand tevoren over gedetailleerde kennis beschikte over de tijdstippen en de doelwitten van de aanslagen.
15. Bewijs dat de CIA en andere inlichtingendiensten heel specifieke voorkennis van de aanslagen zouden hebben verkregen via putopties die kort voor 11 september werden aangekocht.
16. Bewijs dat de regering-Bush heeft gelogen dat ze geen specifieke waarschuwingen over de aanslagen zou hebben gekregen.
17. Bewijs dat de FBI en andere federale instellingen onderzoeken hebben verhinderd die aan 11 september voorafgingen en die het complot hadden kunnen onthullen.
18. Bewijs dat de Amerikaanse overheid heeft geprobeerd om bewijsmateriaal over de betrokkenheid van de Pakistaanse ISI (geheime dienst, red.) bij de voorbereidingen van 11 september te verhullen.
19. Bewijs dat de Amerikaanse overheid heeft geprobeerd om de aanwezigheid van de leider van de ISI in Washington tijdens de week van 11 september te verhullen.
20. Bewijs dat de FBI en andere federale instituten onderzoeken na 11 september hebben gedwarsboomd die de ware daders hadden kunnen onthullen.
21. Bewijs dat de Verenigde Staten niet werkelijk hebben geprobeerd om Osama bin Laden gevangen te nemen of te doden, noch voor, noch na de aanslagen.
22. Bewijs dat personen die een sleutelpositie innemen in de regering-Bush verlangden naar ‘een nieuwe Pearl Harbor’ vanwege de verschillende voordelen die dat op zou leveren.
23. Bewijs van een motief dat wordt gevormd door de voorspelbare voordelen die deze gebeurtenissen, die door Bush zelf ‘het Pearl Harbor van de eenentwintigste eeuw’ werden genoemd, de regering-Bush zouden opleveren.
24. Bewijs tegen de alternatieve verklaring – de incompetentietheorie – dat wordt gevormd door het gegeven dat diegenen die schuldig zouden zijn aan incompetentie niet werden ontslagen maar, in een aantal gevallen, werden gepromoveerd.”
Bezwaren tegen een medeplichtigheidstheorie
Vervolgens somt Griffin ook mogelijke bezwaren tegen een medeplichtigheidstheorie op. Die komen vooral neer op de moeilijk voorstelbare klungeligheid waarmee het complot zou moeten zijn uitgevoerd. Hij komt met een lange reeks retorische vragen, zoals (p. 170):
“Waarom zouden ze WTC-7 hebben vernietigd, waarmee ze hun eigen theorie ondermijnden dat de Twin Towers waren ingestort door de combinatie van de inslag van de vliegtuigen en de hitte van de branden die door vliegtuigbrandstof werden gevoed?”
Incompetentie of medeplichtigheid?
Na vier pagina’s vol dergelijke vragen schrijft Griffin (p. 173):
“Als we al deze retorische vragen op een rijtje zetten, ziet het ernaar uit dat we niet simpelweg voor de keus staan tussen een incompetentietheorie en een medeplichtigheidstheorie. De keuze lijkt er eerder een te zijn tussen een theorie waarbij ondergeschikten tijdelijk ongelooflijk incompetent werden, enerzijds, en een theorie waarbij hooggeplaatste autoriteiten een ongelooflijke incompetentie toonden bij het creëren van een samenzwering, anderzijds. En deze incompetentie wordt ‘ongelooflijk’ genoemd omdat zij moeilijk te geloven is. Critici van de medeplichtigheidstheorie zouden dus kunnen zeggen dat de aanname van deze theorie een grote goedgelovigheid vereist.
“Degenen die de theorie over de hooggeplaatste samenzweerders aannemen, kunnen de kennelijke incompetentie van het plan natuurlijk verklaren aan de hand van de ‘grote leugen’-theorie, dat de meerderheid van de mensen eerder een grote dan een kleine leugen zal aannemen, juist omdat ze zich niet kan voorstellen dat iemand met zo’n roekeloos verhaal zou proberen weg te komen. Zo zegt Gore Vidal: ‘Het lijkt erop dat het team van Hitler gelijk had als het ging om de goedgelovigheid van de mens: hoe groter de leugen, hoe meer men geneigd is die te geloven.’”
Of allemaal een kwestie van toeval?
Theoretisch kun je volhouden dat veel van de ongerijmdheden een kwestie van toeval zijn. Griffin somt maar liefst 38 dergelijke toevalligheden op (p. 176-179), en concludeert:
“Hieruit blijkt dat wat sommige critici een incompetentietheorie noemen, opgevat kan worden als onderdeel van een ruimere toevalstheorie, wat zou inhouden dat FAA-agenten, beambten van de NMCC en het NORAD, piloten, immigratieagenten, Amerikaanse legerleiders in Afghanistan en talloze Amerikaanse inlichtingendiensten toevallig allemaal uitermate en ongebruikelijk incompetent handelden in kwesties die 11 september betroffen.
“Maar de toevalstheorie vereist nog een veel grotere goedgelovigheid. Om die te accepteren moet er niet alleen van worden uitgegaan dat elke combinatie van gebeurtenissen die hierboven is opgesomd – en die door een samenzweringstheorie allemaal kunnen worden verklaard als onderdeel van een vooropgezet patroon – op puur toeval berustte. Maar het vereist ook de aanname dat het feit dat toeval een rol speelde in zoveel gebeurtenissen die met 11 september te maken hebben – minstens achtendertig van dit soort gebeurtenissen – op zichzelf ook puur toeval is.
“Als je daarvan uitgaat, kunnen aanhangers van de alternatieve theorie zeggen, dan is het feit dat een samenzweringstheorie op dit moment nog niet alle vragen kan beantwoorden een relatief triviaal probleem. Als we alle relevante feiten op een rijtje zetten, zou de aanname dat bij de officiële verklaring een toevalstheorie een rol speelt een veel grotere goedgelovigheid vereisen dan die waarvan de ‘samenzweringstheoretici’ worden beschuldigd. Bovendien zou het gegeven dat de alternatieve critici nog niet alle vragen kunnen beantwoorden, pas belangrijk zijn als ze beweerden dat ze een volledige sluitende bewijslast presenteren. Maar dat doen ze niet.”
Onafhankelijk onderzoek
Hoewel Griffin duidelijk overtuigd is van medeplichtigheid van de autoriteiten, pleit hij voor een echt onafhankelijk onderzoek (hoofdstuk 10, p. 181). Veel vragen blijven nu immers onbeantwoord. Bovendien kan alleen de uitkomst van een gezaghebbend onderzoek de doorslag geven in de publieke opinie.
Radicaal?
Griffins boek lijkt radicaal, maar is dat allerminst. Hij blijft een wetenschapper, zij het een die zeer betrokken is. Hij gaat bijvoorbeeld niet zover deze vragen te stellen: Zullen Bush, Cheney, Rumsfeld en alle andere mogelijke betrokkenen na een mogelijke veroordeling de rest van hun leven in de gevangenis moeten doorbrengen? Of zouden ze de doodstraf krijgen, die in de VS immers staat op terrorisme? Het zijn waarschijnlijk dit soort krankzinnige vragen die veel mensen doen huiveren het onderwerp zelfs maar serieus te nemen.
Link:
David Ray Griffin: ‘11 september: Een onderzoek naar de feiten’ (integraal downloaden)
Journalisten moeten wetenschappelijker denken (column van Onno van Buuren)
Onno van Buuren, 6 september 2006