Assertiviteit - les 2
Bekijk de video van de Avro tv-cursus Assertiviteit van Jan Schouten (uit 1979)
Welkom bij les 2 van de
Online Cursus Assertiviteit van Loopbaan.nl en uitgeverij Thema. Wij hopen dat je het geleerde van les 1 in de praktijk hebt kunnen brengen.
Wil je tussen de lessen door meer weten over assertiviteit, lees dan het boek
Persoonlijke effectiviteit van Jan Schouten en Joke Lingsma, uitgeverij Thema. Onze lessen zijn namelijk gebaseerd op dit boek.
We beginnen les 2 met een oefening:
[opdracht]
Besteed nu (ten minste) 2 minuten aan de volgende stelling:
Als ik voor mijzelf opkom en laat zien wie ik ben, krijg ik meer zelfrespect en respect van anderen. Wat vind je van deze stelling?
|
1. Herken je dit soort situaties?
Deze vraag zal vaak en in vele toonaarden aan je worden gesteld. Waarom? Noem het jou soms weinig effectieve, subassertieve gedrag en gewoonte; je bent
onbewust onbekwaam. Een lastige; hoe verander je zo iets als een gewoonte?
In de eerste fase gaat het er om deze gewoonte te
ontdooien. Voor je er ook maar over kunt denken om een gewoonte te veranderen moet je hem
herkennen; je wordt waar het die gewoonte betreft,
bewust onbekwaam.
Daarna pas is er de tijd van de
verandering: je gaat nadenken over en spelen met nieuwe, effectievere mogelijkheden. Je brengt de verbeteringen in praktijk. Dat gaat in het begin natuurlijk onwennig. Je voelt je net als iemand die na een ski-ongeluk weer de eerste stappen zet. Hij doet de goede stappen, maar hij let erg goed op. Je zou hem
bewust bekwaam kunnen noemen.
Na de nodige oefening gaat de nieuwe effectievere gewoonte ingeslepen raken. Op het laatst weet je niet eens meer hoe goed je het doet. Eigenlijk ben je
onbewust bekwaam.
En zo gaat dat ook met jou gebeuren. Na een tijd zal het nieuwe effectievere, meer assertieve gedrag je zo gemakkelijk afgaan dat je er helemaal geen weet van hebt. De weg naar het succes begint met het herkennen van welk moment in een situatie je lastig vindt en welk concreet minder effectief gedrag je dan laat zien waardoor de situatie lastig blijft.
[opdracht]
Herken je dit soort situaties?
- Je staat al een tijdje op een parkeerplaats te wachten tot er een plekje vrijkomt. Een vrouw in een geparkeerde auto geeft een seintje dat zij zó wegrijdt. Ze steekt achteruit. Juist als je wilt optrekken, schiet een andere auto het lege parkeervak in.
- Jouw manager heeft een beslissing genomen waar je het niet mee eens bent. Hij komt op je af en vraagt wat je van die beslissing vindt.
- Je bent in de supermarkt, hebt haast en wilt snel afrekenen. Degene voor je heeft afgerekend en begint vervolgens een kletspraatje met de kassière. Jij moet nu langer wachten.
- Het is druk op het terras. Geduldig wacht je tot er een tafeltje vrij komt. Op het moment dat je naar een vrijgekomen plek wilt schiet iemand, die net aan komt lopen, zo voor je langs.
- Je zit in de trein en degene tegenover jou is met zijn mobiel aan het spelen. Je ergert je aan al die piepjes; waarom doet hij zijn geluid niet uit.
- De vergadering dreigt uit te lopen en je moet weg. De voorzitter begint een heel verhaal over de verdeling van de projecten waar hij nu duidelijkheid over wil hebben
- Je bent in een winkel kleren aan het passen en staat voor de spiegel. Iemand schuift tussen jou en de spiegel, waardoor je nauwelijks meer iets ziet.
- In verhouding tot andere buurten wordt er in de wijk waarin je woont te weinig gedaan voor kinderen; er is geen behoorlijk speelterrein en er zijn een paar onveilige oversteekplaatsen. De gemeente organiseert een avond voor bewoners om hun wensen naar voren te brengen.
- Jouw partner vrouw (of man) is erg slordig en laat alles achter zich slingeren, dat ergert je. Nu komt zij (of hij) naar je toe en zegt: ‘Ik moet nu naar een vergadering. Ik weet niet meer waar ik mijn autosleutels heb neergelegd, help even zoeken’.
- Een collega van je vloekt om de haverklap. De anderen storen zich er niet aan. Jij wel.
- Je hebt een taak opgenomen op je werk. Het was allemaal goed afgesproken, maar allerlei onverwachte zaken dreigen roet in het eten te gooien. Eigenlijk zou je aan je chef moeten zeggen dat je het werk niet op de afgesproken tijd afkrijgt.
- Het loopt al een tijdje niet lekker tussen jou en je vriend (in).
Wat denk je: zijn er situaties bij die je lastig vindt? Situaties waarbij je het moeilijk vindt de voor jou goede reactie te geven? Zijn er ook situaties bij die je gemakkelijk vindt? Ook die zijn belangrijk om bij stil te staan. Misschien nog wel belangrijker dan de situaties die je minder goed afgaan. Als je weet hoe jouw aanpak is in eenvoudige situaties dan kan je die aanpassen om te gebruiken in de situaties waar je minder goed uit de verf komt. Ga dus altijd uit van je sterke kanten en ga van daaruit verbeteringen aanbrengen; wat gaat goed en hoe kan het beter.
Lees de voorbeelden nog eens door en zet een kruisje (X) bij de situaties die jou gemakkelijk afgaan. Zet een cirkeltje (O) bij de situaties die jou minder gemakkelijk afgaan.
|
[opdracht]
En nu jij!
Nu jij. Bedenk nu zelf één situatie die je lastig vindt om op te reageren zoals je zou willen. Een situatie waarin gevoelens van spanning, irritatie, verlegenheid, gekwetsts zijn het je lastig maken op een goede manier te reageren.
Mail jouw lastige situatie naar Jan en Joke (onder de inzenders wordt elke maand een exemplaar van het werkboek "Persoonlijke effectiviteit" verloot!)
|
2. Subassertief, Assertief of Agressief?Aan de begrippen subassertief, assertief en agressief wordt in deze online cursus assertiviteit natuurlijk veel aandacht besteed. Voorlopig houden we het hierop:
- Subassertief: niet of onvoldoende opkomen voor jezelf.
- Assertief: opkomen voor jezelf, zonder de ander onnodig te kwetsen.
- Agressief: overdreven opkomen voor jezelf en de ander daarbij onnodig kwetsen.
Nu jij:
Je bent aan het winkelen. Je nadert een groot warenhuis. ‘Wel gezellig’, denk je, ‘even kijken’. In het warenhuis zie je een vrouw staan. Je ziet dat zij alle voorbijgangers aanspreekt. Dichterbij gekomen zie je dat ze een parfumfles in haar handen heeft. Je houdt helemaal niet van geurtjes. Je bent nu vlak bij haar. Zij stapt op je af, lacht vriendelijk, richt de fles op jouw gezicht en zegt; ‘goedemiddag, dit is ons nieuwste product; een geurtje voor zowel mannen als vrouwen. Wilt u even ruiken!?’
[opdracht]
Dit is een situatie waarin iemand of subassertief, of assertief, of agressief zou kunnen reageren. Schrijf de verschillende reacties nu eens letterlijk uit.
Hoe ziet een subassertieve reactie in deze situatie er volgens jou uit? ………………………...... Hoe ziet een assertieve reactie in deze situatie er volgens jou uit? ……………………………. Hoe ziet een agressieve reactie in deze situatie er volgens jou uit? …………………………….
Tip: Een waaier waarin je checklists kunt vinden over Assertief-, Subassertief- en Agressief gedrag is: ‘En nu ik, assertiviteit in een notendop’ van Merijne Bloem.
|
Jouw huidige situatie
Om je te helpen beoordelen in hoeverre en in welke situaties jij subassertief of assertief reageert, volgt hier een test: de vragenlijsttest
De test is bedoeld om
jou aan het denken te zetten en is niet bedoeld om anderen over jou te laten oordelen. Door eerst naar jouw huidige gedrag in verschillende situaties te kijken kan je straks (nog) beter vaststellen in welke situaties jij je gedrag wilt veranderen en in welke situaties jij je gedrag wilt versterken.
[opdracht]
De vragenlijsttest Hieronder vind je een aantal vragen en beweringen waarmee je het meer of minder eens kan zijn. Schrijf voor jezelf op welk antwoord het beste bij jou past. Sla geen vragen over.
- In gesprekken word ik vaak overbluft, terwijl ik achteraf op de goede reactie kom:
a. Ja, dat maak ik vaak mee. b. Nee, dat overkomt mij zelden.
- Als het ergens saai is, ben ik vaak de eerste die de zaak opvrolijkt:
a. Ja, meestal wel. b. Nee, meestal niet.
- Als iemand mij in een groep een onverwachte vraag stelt, vind ik het vaak moeilijk om rustig een antwoord te bedenken/geven:
a. Waar. b. Niet waar.
- Als ik iemand aardig vind, maar ik ken hem/haar niet zo goed, vind ik het moeilijk er een praatje mee te maken:
a. Ja, meestal wel. b. Nee, in het algemeen is dat niet waar.
- Ik zou van mijn vrienden willen weten wat ze van mij vinden, maar ik vraag het niet:
a. Ja, in het algemeen is dat waar. b. Nee, in het algemeen is dat niet waar.
- Ik vind het onprettig om in een groep als eerste wat te zeggen.
a. Ja, meestal is dat zo. b. Nee, meestal is dat niet zo.
- Bij de gedachte dat ik een manager om opslag zou moeten vragen, voel ik mij op m’n gemak:
a. Waar. b. Niet waar.
- Ik vind het vaak vervelend om uitleg te vragen van moeilijke woorden, omdat ik denk dat anderen mij dan dom zullen vinden:
a. Ja, meestal is dat zo. b. Nee, meestal is dat niet zo.
- Ik zeg vaak in een groep niets, uit angst dat ik niet genoeg afweet van het onderwerp en dan stomme dingen zeg:
a. Waar. b. Niet waar.
- Als ik te laat kom op een bijeenkomst, blijf ik liever staan dan een opvallende plaats vooraan te kiezen:
a. Ik blijf liever staan. b. Ik ga vooraan zitten.
- Als iemand in de bioscoop steeds maar tegen de rugleuning van mijn stoel zou schoppen, zou ik hem vragen daarmee op te houden:
a. Ja, dat zou mij geen moeite kosten. b. Ja, maar ik zou mij daarbij niet op mijn gemak voelen. c. Nee, ik zou niets zeggen.
- Als een vriend of vriendin mij iets onredelijks vraagt dan weiger ik:
a. Ja, zonder meer. b. Ja, maar dat kost moeite. c. Nee, maar ik vind het niet prettig. d. Nee, dat zou ik nooit doen.
- Ik heb er geen moeite mee een gesprek te beginnen met onbekenden:*
a. Meestal niet. b. Soms wel. c. Soms niet. d. Altijd.
- Ik word bang bij de gedachte dat ik voor een groep een spreekbeurt zou moeten houden:*
a. Altijd. b. Meestal wel. c. Bijna nooit. d. Nooit.
* Geef hier twee antwoorden
Antwoorden op De vragenlijsttest Als jij voor de test een cijfer wilt berekenen gaat dat als volgt. Voor iedere vraag kan je geen (0) of één punt (1) krijgen. Je telt aan het eind alle punten bij elkaar op. De antwoorden die 1 punt opleveren zijn: 1. b 6. b 11. a 2. a 7. a 12. a 3. b 8. b 13. a en b 4. b 9. b 14. c en d 5. b 10. b
De hoogste score is 16. De laagste 0.
Mijn score is: .........
Een hoge score betekent natuurlijk niet dat jij geen enkele andere situatie lastig vindt. Een lage score hoeft niet te betekenen dat jij in geen enkele situatie assertief kan zijn.
Het gemeenschappelijke in alle beschreven situaties is:
- Er is sprake van een tegenstelling: de een wil iets anders dan de ander of: de een vindt dit de ander dat. Er wordt een actie van jou gevraagd.
- Er bestaan geen subassertieve mensen; wel mensen die in betrekkelijk veel situaties subassertief optreden. Ook zij kennen situaties waarin zij wel op een assertieve manier voor zichzelf opkomen.
|
Wat wil je zelf bereiken?
‘Moet’ je nu anders gaan doen in situaties, waarin je tegen je zin, subassertief optreedt? Nee, daar hebben wij het al over gehad. Waar het op neer komt is: wil je zelf anders? Het is beslist niet eenvoudig om voor jezelf op te gaan komen in situaties waarin jij je normaal gesproken stil en gedeisd houdt. Bovendien kan ook een subassertieve opstelling voordelen hebben.
Het is dus de vraag of die voordelen opwegen tegen de voordelen van een assertieve opstelling. Die vraag kan alleen jij beantwoorden. Geen gemakkelijke vraag, omdat een assertieve opstelling ook nadelige kanten kan hebben.
[opdracht]
Neem nu tijd en denk na over de volgende stelling:
IK, en niemand anders, kan mijn leven prettiger maken door zelf in een aantal situaties anders te gaan doen. Wat is jouw mening? Ben je het ermee eens of niet?
|
Wat wil je bereiken?
Een heel belangrijke vraag. En er is er maar één die deze vraag kan beantwoorden. Jij!
Voordat je dat doet, wensen wij je veel geduld toe. Als je gewend bent aan een bepaalde manier van optreden, is dat vaak een oude, diep ingesleten gewoonte; we hebben het er over gehad. . Het kost tijd om die gewoonte af te leren en er iets nieuws voor in de plaats te stellen. Neem die tijd. Stel geen onmogelijke eisen aan jezelf. Houd dus een open oog voor de werkelijkheid. Verbetering is mogelijk, maar het zal geleidelijk gaan.
[opdracht]
Schrijf voor jezelf op.
Op het gebied van assertief gedrag wil ik het volgende leren:
.................................................................................................
.................................................................................................
|
3. Ik of je
Verstoppertje spelen
[opdracht]
Besteed nu tijd aan de volgende stelling:
‘Ik’ is een prachtig woord. Als ‘ik’ er niet was, zou er ook geen ‘ander’ zijn. Wat is jouw mening?
|
Er zijn mensen die het woord ‘je’, gebruiken als zij het over zichzelf hebben. Ook als zij een eigen mening geven, praten zij over zichzelf alsof de hele wereld dat vindt. Wanneer iemand het woord ‘je’ gebruikt als hij het over zichzelf heeft, is dat op den duur onduidelijk voor de ander. Bovendien word jij door ‘je’ te zeggen ook onduidelijk voor jouzelf. ‘Je’ zeggen kan dan verstoppertje spelen worden, waardoor jij op het laatst niet meer weet wat nu jouw eigen mening is of die van anderen. Voor jezelf opkomen, begint met het gebruik van het woord ‘ik’.
Uitnodiging.
We nodigen je uit de komende tijd eens goed op te letten of en hoe vaak je het woord ‘ik’ gebruikt als je het over je zelf hebt. Attentie: wij pleiten er niet voor dat je voortdurend het woord ‘ik’ gebruikt, nergens voor nodig. Maar als je het erg weinig gebruikt is het de moeite waard om het ‘ik’ toch eens in te zetten.
Vraag.
Het komt vaak voor dat mensen ineens ‘je’ gaan gebruiken als ze iets moeilijks, iets persoonlijks willen zeggen. Geldt dat ook voor jou?
‘IK’ OF ‘WIJ’
Laat de volgende zinnen op je inwerken.
- ‘……zullen we het er eens over hebben?’
- ‘ …. zullen we er over praten?’
De eerste zin is wat vager dan de tweede, maar beiden hebben één ding gemeen. Zij zijn uitnodigend,
verbindend zelfs, ze doen een beroep op je verlangen naar saamhorigheid. Je slaat al doende een brug naar de ander en als je daarmee kunt volstaan is er juist helemaal geen bezwaar tegen het gebruik van ‘wij’, ook als de spreker ‘ik’ bedoelt.
Maar soms, bijvoorbeeld als deze uitnodigende benadering niet effectief blijkt te zijn, kan een directe benadering zinvoller zijn: je gaat het woord ‘ik’ inzetten.
- ‘……Ik wil er graag over praten’.
- ‘……Ik wil het graag met jou eens (daar en daar) over hebben’.
Als je toon vriendelijk blijft en de ander vat dat ook zo op kun je ook deze manier van optreden assertief noemen.
Tot slot van les 2 een aantal helpende gedachten:
- Niet iedereen vindt mij aardig of respecteert mij. Ik word niet minder als persoon als iemand mij niet aardig vindt.
- Fouten maken is menselijk. Als ik een fout maak ga ik niet af. Een fout is slechts een onderdeel van mijn gedrag en niet van mijzelf.
- Ieder mens heeft recht op zijn eigen mening. Ik kan het aangeven als ik daar last van heb.
- De wereld zit niet in elkaar zoals ik zou willen. Ik heb te accepteren dat ik niet alles kan sturen.
- Een mens lijdt het meeste onder het lijden dat hij vreest.
(afkomstig uit de waaier ‘En nu ik’)
|
Naar les 3
INTERESSANTE ARTIKELEN & ACHTERGRONDEN:
Wordt assertief: pel langzaam je ui af - Therese Janssen over de assertiviteitstraining
Dossier assertiviteit 
Artikel:
Nee zeggen is de beste zelfverdediging (pdf)
INTERESSANTE BOEKEN:

Wil je aan de slag met assertiviteit en een training volgen bij een gerenomeerd instituut, kijk dan eens op de
website van Schouten & Nelissen
Wil je meer lezen over assertiviteit, kijk dan eens in onze
boekenwinkel voor interessante boeken

Meer over assertiviteit ook op
ManagerNet