Assertiviteit - les 3
Welkom bij les 3 van de
Online Cursus Assertiviteit van Loopbaan.nl en uitgeverij Thema. In les 1 hebben we je een aantal overwegingen voorgelegd en in les 2 zijn we dieper ingegaan op jouw huidige situatie. In deze les gaan we de
diverse mogelijkheden om te reageren bespreken, we staan stil bij
het belang van luisteren en
aandacht geven en nemen wat tips met je door om
je wensen op een directe manier te uiten.
1. Direct reageren op...a) reageren op directe vragen om inlichtingenZonder een lastige persoon tegenover je is het gemakkelijk om op een assertieve manier te antwoorden. Eén ding is al duidelijk. Als iemand jou om een inlichting vraagt, reageer jij assertief als jij zegt:
- ‘Ja, ik weet het’, als jij het ook denkt te weten.
- ‘Nee, jammer, ik weet het niet’, als jij het niet weet.
In principe is deze reactie effectief, oftewel assertief, tenzij het allemaal zo heftig gezegd wordt, dat de ander er van schrikt en 10 passen achteruit doet. In dat geval moeten we het gedrag agressief noemen. De toon maakt de muziek. Daar gaan we later in de cursus dieper op in. Ook subassertief gedrag komt in dit soort situaties voor. Daarover gaan de volgende vragen.
[opdracht] Welke subassertieve manieren van doen herken jij, als jou om een inlichting wordt gevraagd?
- Ja zeggen en doen alsof je het weet, terwijl je het eigenlijk niet weet.
- Nee zeggen en doen alsof je het niet weet, terwijl je het eigenlijk wel weet. (Omdat je bang bent dat je het niet kunt uitleggen als de ander doorvraagt of omdat je bang bent dat de ander door gaat vragen, iets waar je geen tijd voor hebt).
- Geen ‘ja’ en geen ‘nee’ zeggen, maar er eindeloos omheen blijven draaien, in plaats van kort en bondig ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen. Dit eromheen draaien doe je door het gebruik van aarzeltaal. Voorbeelden van aarzeltaal: … eigenlijk wel …, … eigenlijk niet …, … liever niet …, … eigenlijk liever niet …. Natuurlijk is er geen verbod op aarzeltaal als je ook aarzelt.
|
[opdracht] Denk eens na in welke concrete situaties en bij welke mensen jij wel eens subassertief optreedt. Als zij jou om inlichtingen vragen, zeg je direct 'ja' of 'nee', in plaats van dat je ze haring of kuit geeft. Stel die vraag anders eens aan iemand die je nastaat. |
b) direct reageren op een vraag over jouw meningOok in dit soort situaties kunnen de woorden ‘ja’ en ‘nee’ belangrijk zijn. Ook hier is het weer mogelijk om op een subassertieve, assertieve of agressieve manier te reageren.
[opdracht] Nu volgen een paar meningsvragen. Beantwoord deze met ‘ja’ of ‘nee’.
- Houd jij van bloemkool?
- Vind jij dit tot nu toe een goed boek?
- Heb jij lekker gewerkt afgelopen week?
|
SubassertiefEen antwoord op zo’n vraag is
subassertief als je in plaats van jouw eigen mening een andere mening geeft of aarzeltaal gebruikt.
- Je zegt: ‘ja, ik houd van bloemkool’, terwijl je er eigenlijk niet van houdt.
- Je zegt: ‘nee, ik houd niet van bloemkool’, terwijl je er wel van houdt.
- Je zegt geen ‘ja’ en geen ‘nee’. Je draait er omheen. Aarzeltaal dus. Je vindt dat zelf onprettig, je zou liever kort en bondig jouw mening geven.
Assertief Je zegt ‘ja’, als je inderdaad van bloemkool houdt. Je zegt ‘nee’, als je er niet van houdt. Vaak wordt assertief gedrag geassocieerd met ‘nee’ kunnen zeggen. Dat lijkt ons te beperkt en soms ook te goedkoop. ‘Ja’ zeggen kan in sommige situaties minstens zo moeilijk zijn.
AgressiefIn plaats van dat je ‘ja’ of ‘nee’ zegt, kwets je de ander. Je lacht smalend en zegt: ‘Er zijn nog maar weinig mensen die bloemkool een groente vinden die je je gasten tijdens een etentje voorzet.’ De ander bepaalt of deze uitspraak afstand schept. De kans erop lijkt groot. Zeker is ook dat de toon van je antwoord sterk bepaalt of je reactie als agressief moet worden aangemerkt.
[opdracht] Ga nu na in welke concrete situaties en bij welke mensen jij het moeilijk vindt om assertief te zijn, als zij op zo´n directe manier naar jouw mening vragen. Schrijf voor jezelf ten minste één situatie op die jij van jezelf herkent. |
c) Mag ik zwijgen?Tot nu toe gaan we ervan uit dat jij de vragen om een inlichting of jouw mening inderdaad wilt beantwoorden. Vragen staat vrij, maar het is absoluut niet nodig dat je ook een antwoord geeft. Maar nu de praktijk van jouw leven.
[opdracht] Welke van onderstaande mensen stellen jou wel eens een vraag die jij op dat moment niet wilt beantwoorden? Het lijstje dient er alleen voor om jou op ideeën te brengen. Het kan dus zijn dat sommige mensen op jouw situatie niet van toepassing zijn. Het gaat erom, dat jij bij jezelf nagaat bij welke mensen jij soms moeite hebt assertief te zijn, omdat zij jou vragen stellen die jij eigenlijk niet wilt beantwoorden.
mijn ouders mijn collega’s mijn kinderen mijn arts anderen: ………………… |
mijn baas mijn partner kennissen winkeliers |
mijn broers/zussen mijn buren mijn vrienden mijn docent | |
[opdracht] Als iemand jou een vraag stelt die jij niet wilt beantwoorden, kun je daar weer op drie manieren op reageren: subassertief, assertief of agressief. Welke onderstaande antwoorden zijn volgens jou subassertief, assertief of agressief?
- Nee, ja, nou ja ... liever niet …?!
- Nee, ik vind dat een vervelend onderwerp. Ik wil daar nu niet over praten.
- Ik vind het vervelend dat u mij dat vraagt. Ik wil daar niet met u over praten.
- Jongen, ga naar je moeder met je stomme vragen.
|
d) reageren op een verzoek, wens of bevelDe volgende twee vragen zijn belangrijk:
- Wanneer heb je de meeste moeite om assertief te reageren?
Als iemand mij een opdracht geeft op een agressief-autoritaire manier. ‘Laat dat!’ ‘Schiet eens wat op, slome.’ ‘Jansen, hier komen!’
Als iemand mij op een duidelijke, assertieve manier zegt dat hij iets van mij wil. ‘Jan, ik wil dat je mij in het vervolg meehelpt afwassen.’ ‘Bianca, ik wil dat je meer tijd aan mij besteedt.’ (dit is assertief als de toon waarmee dit gezegd wordt geen afstand schept).
Als iemand mij op een verbindende assertieve manier uitnodigt om mij te helpen. ‘Robert, we lopen vandaag helemaal vast als je ons niet helpt.’ ‘U moet mij helpen!’
Als iemand mij op een subassertieve manier iets vraagt te doen.‘Niet dat het belangrijk is, maar ik ben morgen jarig. Als je eventueel tijd hebt, zou ik het leuk vinden als je kwam.’
- Bij welke personen vind je het ingewikkeld of moeilijk om assertief te reageren? Dit is een belangrijke vraag: het is goed om jouw situatie scherp onder ogen te zien en het helpt je om situaties te herkennen zoals je ze meemaakt.
[opdracht] Schrijf de namen op van mensen, bekenden of minder bekenden bij wie jij het soms of vaak moeilijk hebt om voor jezelf op te komen. Schrijf op bij wie je dat wel goed afgaat |
e) Stop!
Als iemand wil dat jij iets doet, betekent ‘nee’: 'ik wil niet.'
Als iemand iets met jou wil doen of doet wat jij niet wilt, betekent ‘nee’: ‘stop, ik wil niet dat jij dat doet, ik wil dat je daarmee ophoudt.’
Als iemand bijvoorbeeld op een vervelende manier blijft aandringen, betekent ‘nee’: ‘stop!’ Je verbiedt op die manier de ander iets met jou te doen wat je niet wilt.
[opdracht] Neem nu de tijd voor de volgende stelling:
- Ik heb het recht een ander te verbieden iets met mij te doen wat ik niet wil.
Wat is jouw mening? |
2. Luisteren en aandacht gevenLuisteren is waarschijnlijk nog belangrijker dan spreken. Je zult ervaren dat sommige gesprekspartners beter luisteren dan anderen. Wat je dan vaak merkt, is dat die gesprekspartner aandacht geeft aan wat jij te vertellen hebt. Hij heeft aandacht voor jou. Een goede luisteraar:
- kijkt de ander aan als hij praat (oogcontact)
- stelt vragen ter verduidelijking van wat de ander zegt
- geeft blijk van belangstelling door naar gevoelens te vragen
- vat samen wat de ander gezegd heeft
- jaagt de ander niet op als hij iets vertelt
- is evenwichtig en kalm
- reageert met hummen (hm, hm), hoofdknikjes, glimlacht of fronst de wenkbrauwen
- let voortdurend op
- valt de ander niet in de rede
- blijft bij hetzelfde onderwerp, totdat de ander zijn gedachten heeft geformuleerd
- is niet in zijn hoofd argumenten aan het verzinnen, terwijl de ander praat
Bron: waaier ‘Ben ik zo duidelijik?’ van Marieta Koopmans
[opdracht] Laat de komende periode in gesprekken bewust een bepaald element weg.
- Hum of knik eens niet
- Kijk iemand eens niet aan
- Ga er eens niet voor zitten; blijf staan alsof je elk moment weg kunt lopen.
|
3. Op een directe manier je wensen uitenIk wil ...Twee woordjes slechts: ‘ik’ en ’wil’.
Maar er is geen duidelijker manier om eigen wensen kenbaar te maken, dan juist met deze twee woorden. Stap jij wel eens op iemand af met de woorden: ‘Ik wil ...’?
Ik wil of ik moetOp een rustige manier ‘ik wil’ zeggen is een belangrijk onderdeel van assertief zijn. Als je deze woorden nog niet vaak gebruikt, is het van groot belang dat de komende tijd vaak te doen. Zo wen je eraan en is de stap kleiner om ze te gebruiken als je het nodig vindt. Of ben je iemand die in plaats van ‘ik wil’ 'ik moet' zegt?
[opdracht] Wat is op jou van toepassing?
- Ik gebruik de woorden ‘ik moet’ in plaats van ‘ik wil’ of ‘ik ga’.
- Als ik iets wil doen, gebruik ik de woorden ‘ik wil’.
- Anders, namelijk …
|
Als iemand vaak zegt ‘ik moet’, lijkt het alsof hij dat niet zelf wil. Het is alsof er steeds een ander is die hem commandeert. Gebruik jij ook vaak de woorden ‘ik moet’? Je kunt voor jezelf nagaan of je dat prettig vindt of niet. Als dat niet zo is, is het de moeite waard om in plaats van ‘ik moet’ andere woorden te gebruiken. Woorden waaruit blijkt dat jij je eigen baas bent.
Hieronder volgen een paar voorbeelden:
- ‘Ik moet nog inkopen doen’ of ‘Ik heb er niet zoveel zin in, maar ik ga nu boodschappen doen.’
- ‘Ik moet weg’ of ‘Ik wil weg’, ‘ik ga weg’, ‘ik ben weg.’
- ‘Ik moet vanmiddag een verslag maken’ of ‘Ik ga vanmiddag een verslag maken.’
Gebruik deze week welbewust de woorden ‘ik wil (niet)’. Als je gewend bent om jezelf vaak opdrachten te geven met de woorden ‘ik moet’, kun je deze week uitproberen hoe het is om dat niet te doen. Gebruik in plaats daarvan eens op een assertieve manier de woorden ‘ik wil …’, ‘ik ga …’. Jij bent jouw eigen baas!
Een overzicht van assertief taalgebruik
| WEL |
NIET |
1) ik 2) ik wil (of doe het niet en kies voor de consequenties) 3) ik wil niet 4) ik vind 5) actief taalgebruik 6) duidelijk taalgebruik |
1) je of men 2) ik moet 3) ik kan niet (of onderneem actie om het te leren) 4) ik mag niet 5) aarzeltaal, zoals misschien, eigenlijk, een beetje en in principe 6) uh’s of stopwoordjes |
Bron: waaier ‘En nu ik’ van Merijne Bloem
[Huiswerk]
- Hoe vaker jij de komende tijd de woorden ‘ik’, ‘ik wil’ en ‘ik ga’ gaat gebruiken, des te gemakkelijker wordt het voor je deze woorden te gebruiken in echt lastige situaties.
- Maak er een gewoonte van zo vaak mogelijk de woorden ‘ik’, ‘ik wil’ en ‘ik ga’ te gebruiken. Doe dat op verschillende plaatsen. In winkels en andere gelegenheden vraag je niet: ‘Mag ik alstublieft ...’, maar zeg je: ‘Ik wil ...’ of ‘ik ga …’.
- ‘Ja’ en ‘nee’ zijn twee duidelijke woorden. Probeer deze week eens uit om vragen en verzoeken die op jou afkomen op deze korte manier te beantwoorden. Zeg zo vaak mogelijk ‘ja’ of ‘nee’. Probeer dat op een assertieve manier te doen.
- Oefen jezelf erin om je duidelijk voor te stellen aan anderen. Doe dat in alle situaties waar dat van pas komt. Om te beoordelen welke manier het best bij jou past, oefen je ‘s morgens bij het tandenpoetsen. Je kijkt naar jezelf in de spiegel. Dan stel je jezelf voor: ‘Ik ben ...’.
- Zeg jouw naam luid en duidelijk.
|
Naar les 4
INTERESSANTE ARTIKELEN & ACHTERGRONDEN:
Wordt assertief: pel langzaam je ui af - Therese Janssen over de assertiviteitstraining
Dossier assertiviteit 
Artikel:
Nee zeggen is de beste zelfverdediging (pdf)
INTERESSANTE BOEKEN:

Wil je aan de slag met assertiviteit en een training volgen bij een gerenomeerd instituut, kijk dan eens op de
website van Schouten & Nelissen
Wil je meer lezen over assertiviteit, kijk dan eens in onze
boekenwinkel voor interessante boeken

Meer over assertiviteit ook op
ManagerNet