Home  Trainingen en Opleidingen  Online cursussen  Cursus Assertiviteit  Assertiviteit - les 4





Online cursussen











Kom in de klas











Trainers aan het woord











Trainingen en opleidingen Eduhub











Zoek een training!











Advertentie-mogelijkheden










Assertiviteit - les 4


pagina vooruit Bekijk de video van les 4 van de Avro tv-cursus Assertiviteit van Jan Schouten (uit 1979)


Welkom bij les 4 van de Online Cursus Assertiviteit van Loopbaan.nl en uitgeverij Thema. In deze les staan we stil bij hoe jij jezelf beoordeelt, de ‘waarom’ vragen en de stille invloeden.

1. Hoe beoordeel jij jezelf?

Het gaat erom dat je in jouw tempo toewerkt naar een meer assertieve opstelling. In jouw eigen tempo en op jouw eigen manier. Je werkt aan de zaken die voor jou belangrijk zijn. Dat kunnen hele andere dingen zijn dan voor andere mensen. Daarom ben jij ook de enige die jou je huiswerk kan ‘overhoren’. Er zijn ruwweg drie manieren om dat te doen.
  • Te pessimistisch: als je jezelf te pessimistisch beoordeelt, let je alleen op de dingen die niet goed gaan. Deze manier om jezelf te beoordelen is een uitstekend middel om jezelf een pesthumeur te bezorgen.
  • Te optimistisch: je kijkt niet naar de dingen die je nog wilt doen en die nog niet gaan, maar alleen en uitsluitend naar de dingen die je goed zijn afgegaan. Dat laatste is helemaal niet slecht, maar het resultaat kan zijn, dat jij je kop in het zand steekt. Op een gegeven moment kun je voor onaangename verrassingen komen te staan.
  • Realistisch: als je jezelf op een realistische manier beoordeelt, stel je in de eerste plaats vast, waar je tevreden over bent. Daarna stel je vast welke zaken nog voor verbetering vatbaar zijn.
[opdracht]
Op welke manier ben jij gewend jezelf te beoordelen?
 te pessimistisch                          te optimistisch                    realistisch

Realistische zelfbeoordeling
Streef ernaar om jezelf op de realistische manier te beoordelen. Hier volgen enige voorbeelden.
  • Ik ben er tevreden over dat ik deze week vaker dan ooit het woord ‘ik’ heb gebruikt als ik het over mijzelf had.
  • Het is voor verbetering vatbaar dat ik in een aantal situaties nog beter mijn mening naar voren kan brengen.
  • Ik vond het goed, dat ik tegen mijn collega zei dat hij zich in het vervolg beter aan zijn afspraken moest houden.
  • Het is voor verbetering vatbaar dat ik hem in het vervolg daarbij duidelijk blijf aankijken.

2. Waarom?

Herken je de volgende situatie? Je bent in een vergadering of op een verjaardagsfeestje en een van de aanwezigen houdt een geleerd verhaal. Hij gebruikt veel moeilijke woorden. De grote lijn van het verhaal kun je wel volgen, maar zijn conclusie begrijp je niet. In een dergelijke situatie kun je op twee manieren reageren. Je zegt er wat van of niet.

  • Subassertief: Je knikt en je doet alsof je het begrijpt. Zelf vind je dit toneelspelletje vervelend. Je bent niet tevreden over jezelf.
  • Assertief: Je vraagt: ‘Waarom', ‘Ik begrijp het niet’, ‘Wil je het nog eens uitleggen?’
[opdracht]

  Ik stel die vragen soms niet, omdat ik bang ben dat de anderen mij stom zullen vinden.

  Ik stel die vragen soms niet, omdat ik bang ben dat de anderen mij zullen uitlachen.

  Ik stel de vragen soms niet, omdat ik bang ben dat ik kritiek zal krijgen.

  Anders, namelijk …
    Er zijn op het werk en daarbuiten genoeg voorbeelden te bedenken, waarin anderen je het gevoel willen geven dat je dom bent. Door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Ik zal het maar zo eenvoudig mogelijk houden.’ In bedrijven komt dat nogal eens voor. Maar let op: zodra het onderwerp je raakt, vraag dan door tot jij het zelf begrijpt. Het er te vroeg bij laten zitten en het ‘dan maar aan de deskundigen over laten’ is slecht voor de organisatie en op termijn ook slecht voor jou. Bedenk: er bestaan geen domme vragen, alleen domme antwoorden!


    [opdracht]

    Jouw recht
    Neem nu tijd voor de volgende vier stellingen:
    • Ik heb het recht te zeggen: ‘Ik weet het niet.’
    • Ik heb het recht te zeggen: ‘Ik begrijp het niet.’
    • Ik heb het recht de grote en de kleine dingen te weten en te weten te komen, die voor mij en mijn leven belangrijk zijn.
    • Ik heb het recht ‘Waarom?’ te zeggen, waar en wanneer ik dat wil.
    Wat is jouw mening?


    a) Een waarom-vraag beantwoorden. Hoe?
    • Waarom was je niet op de vergadering?
    • Waarom ga jij naar Italië op vakantie?
    • Waarom wil jij niet mee lunchen?

    Dit zijn heel gewone vragen die anderen ook aan jou kunnen stellen. Als jij daar antwoord op wilt geven, kun je dat weer doen op drie manieren: subassertief, assertief, agressief.

    • Een subassertieve manier van reageren bestaat hieruit, dat jij je gedrag verklaart door smoesjes te verzinnen. Op de eenvoudige vraag: ‘Waarom was je niet op de vergadering?’, kun je antwoorden met verklaringen. Bijvoorbeeld dat je met een spoedklus bezig was, dat je begrepen had dat de vergadering naar ’s middags verzet was. Als je zo’n vraag op een subassertieve manier beantwoordt, doe je alsof je niet het recht hebt fouten te maken in de ogen van de ander! Blijf je op deze manier om de hete brei heen draaien, dan loop je uiteindelijk de kans in voor jou onplezierige situaties terecht te komen.
    • Een directe en assertieve reactie geef je wanneer je zegt wat de reden is en wat jij daarvan vindt. ‘Ik ben die vergadering vergeten en ik vind dat heel vervelend’ of ‘ik was lekker bezig en dat vond ik belangrijker dan de vergadering.’
    • Ook een agressieve reactie is mogelijk. Iemand vraagt jou: ‘Waarom was jij niet op de vergadering?’ Een agressief antwoord zou kunnen zijn: ‘Jij moet je ook altijd overal tegenaan bemoeien.’ Daarbij doe je alsof de ander niet het recht heeft deze vraag te stellen.
    De meest eenvoudige reactie op de vraag: ‘Waarom doe je dit of dat (niet)’ is assertief reageren. Zonder nodeloze verontschuldiging maak je zo aan de ander duidelijk waar je zelf staat. Hieronder staat een aantal voorbeelden van reacties op waarom-vragen.
    • Waarom was je niet op de vergadering?
      Ik kwam niet klaar met een belangrijke klus.
    • Waarom sport jij zo veel?
      Ik ben gevraagd voor de competitie.
    • Waarom wil jij niet mee lunchen?
      Ik heb iets anders afgesproken.

    b) Jij wilt geen antwoord geven op een waarom-vraag.
    Als iemand jou benadert met een waarom-vraag ben je natuurlijk niet verplicht om die op dat moment te beantwoorden. Ook kun je ervoor kiezen om de vraag helemaal niet te beantwoorden.

    [opdracht]
    Hoe reageer jij gewoonlijk op waarom-vragen?

    Schrijf dit voor jezelf op


    c) Oneigenlijk gebruik van de vraag ‘Waarom?’

    Waarom-vragen kunnen superagressief overkomen en soms ook kleinerend, zoals wanneer de agent je vraagt: ‘zo meisje, waarom reed jij zo hard?'

    Als je op een oneigenlijke manier het woord 'waarom' gewoon bent te gebruiken (zoals in bovenstaand voorbeeld) , weet dan dat het intimiderend over kan komen. Deze agressieve opstelling schept afstand. Je zult er misschien op korte termijn succes mee boeken, maar op de lange termijn betaal je de prijs: onmerkbaar, zeer geleidelijk wenden mensen zich van je af.

    d) Hoe reageer je op een oneigenlijk en verwijtend ‘waarom’?

    Heb je gelijk als je denkt dat de vraag een verwijt inhoudt? Ben je niet voorbarig met je interpretatie? Dat is de kwestie. Want waarom denk je eigenlijk dat je goed zit? Je vult de bedoeling van de ander in en waarom is jouw waarheid dé waarheid? Misschien ben je te lichtgeraakt. Of ben je een helderziende?

    De volgende vragen kunnen je helpen om verder te komen, wanneer je vindt dat de ander met zijn waarom-vraag je bedreigt, voor schut zet, in de hoek drukt.

    • Wat bedoel je (eigenlijk)?
    • Kunt u uw vraag wat verder toelichten?
    • Je vraagt me wel 'waarom', maar wat wil je eigenlijk kwijt?
    • Hoe bedoel je: ‘waarom?’
    [opdracht- Testvragen]

    Formuleer voor jezelf een antwoord op de volgende beweringen en motiveer dit antwoord.

    a Geen antwoord geven op een vraag is altijd agressief, omdat je dan de ander informatie onthoudt:
     juist
     niet juist.

    b Geen antwoord geven op een vraag is altijd assertief, omdat het je recht is geen antwoord te geven:
     juist
     niet juist.

    c Geen antwoord geven op een vraag is altijd subassertief, omdat je dan je mening voor je houdt:
     juist
     niet juist.

    d Om assertief te zijn:

     moet ik altijd de woorden ‘ik wil’ of ‘ik ga’ gebruiken.
     mag ik niet onduidelijk zijn.

    e Jezelf overdadig in alle mogelijke situaties verontschuldigen is altijd subassertief:
     mee eens
     niet mee eens.



    [ antwoorden - testvragen]

    a    ‘Niet juist’. Het is jouw recht om geen informatie te geven als iemand daarom vraagt. Tenzij jij
          een functie hebt waarin jij (moreel) verplicht bent de informatie te geven.

    b    ‘Niet juist’. Natuurlijk heb jij het recht om geen antwoord te geven. Maar geen antwoord geven
          op een vraag is alleen assertief wanneer jij die informatie ook inderdaad niet wilt geven.

    c     ‘Niet juist’. Een antwoord is alleen subassertief als jij een mening wél wilt geven, maar dat niet
          doet en daar uiteindelijk ontevreden over bent.

    d    Niks moet. Het gaat erom dat jij doet wat jij zelf prettig vindt. Natuurlijk mag iedereen
          onduidelijk zijn. Als jij er voor kiest om onduidelijk te zijn, kan dat wel betekenen dat anderen
          dat onprettig vinden. Maar dan nog kun je ervoor kiezen om onduidelijk te zijn.

    e    ‘Niet mee eens’. Jezelf verontschuldigen is op zich noch assertief noch subassertief. Het is alleen
          subassertief als jij je niet wilt verontschuldigen, dat toch doet en daarover ontevreden bent. Als jij
          je bij jouw verontschuldigende houding goed voelt en daarvoor ook kiest, kan het als assertief
          worden aangemerkt. Als jouw houding dan overdreven verontschuldigend wordt ervaren kom jij 
          misschien vervelend en irritant over. Maar dat kun je op de koop toe nemen. 

    3.  Stille invloeden

    Dit zijn gewoonten die soms zo diep zijn ingeslepen dat je er moeilijk greep op krijgt. Als je wilt onderzoeken hoe je effectiever, zeg assertiever kunt opereren, is aandacht voor deze stille invloeden nodig.

    a) Onbewuste dienstbaarheid

    Samen met een collega deel je een kamer. Het eerste wat je ‘s ochtends doet is koffie halen en ongevraagd neem je altijd een kop koffie mee voor je collega.

    Dit is een voorbeeld van onbewuste dienstbaarheid. Dat wil zeggen: het bewijzen van een dienst aan een ander, zonder dat jij je dat bewust bent en zonder dat die ander daarom vraagt. Die ander vraagt er niet om, maar jij doet alsof hij dat wel doet en zegt er ‘ja’ op. Dat ja-zeggen gaat automatisch.


    Stel: iemand vraagt jou of jij je van jouw dienstbaarheid bewust bent.

    Als je zou zeggen: ‘Nee, ik ben me er niet van bewust, maar eigenlijk vind ik het wel prettig om dat te doen en daarom wil ik het’, dan gaat het om een assertieve manier van optreden.

    Het komt echter ook voor dat iemand zegt: ‘Nu ik er zo over nadenk, merk ik dat ik automatisch diensten aan de ander bewijs, maar dat ik dat eigenlijk niet wil.’ In dat geval is er sprake van een subassertieve manier van doen.

    [opdracht]

    Hoe zit het met jouw onbewuste dienstbaarheid?

     Ik houd tot in het overdrevene de deur open voor anderen.

     Als ik zie dat een collega geen verslag bij zich heeft schuif ik altijd, zonder er verder bij na te denken mijn verslag naar hem toe.

     Als ik tijdens een vergadering/ bijeenkomst koffie inschenk voor mijzelf, doe ik dat ook voor de rest. Anderen doen dat niet of minder.

    b) Ongevraagde dienstbaarheid en beleefdheid kan ook afstotend zijn

    Onbewuste dienstbaarheid kan naast subassertieve of assertieve ook agressieve vormen aannemen. Vaak komt het over als een vorm van vriendelijkheid. Er is echter nog een andere kant aan: onbewuste dienstbaarheid is ook ongevraagde dienstbaarheid. Door automatisch de ander te helpen doe je alsof de ander jou nodig heeft en dat is niet altijd zo. Zo kan onbewuste dienstbaarheid ook arrogant en kleinerend overkomen. Degene die onbewust en ongevraagd dienstbaar is, doet alsof de ander zijn boontjes niet zelf kan doppen.

    [opdracht]

    Ik en de ander

    Neem nu de tijd voor de volgende drie stellingen:

    • Ik doe mezelf onnodig tekort als ik in alle omstandigheden aardig en vriendelijk doe tegen andere mensen.
    • Het is kleinerend en kwetsend als ik andere mensen help, zonder mijzelf af te vragen of hun te vragen of zij mijn hulp wel willen of nodig hebben.
    • Ik doe anderen onnodig tekort als ik er blindelings van uitga dat ze mij niet nodig hebben.

     Wat is jouw mening? 



    c) Onbewuste gehoorzaamheid: ‘Je voelt je geroepen.’

    Eerst wat voorbeelden van situaties waarin onbewuste gehoorzaamheid kan spelen. Welke herken jij:

      Tijdens de koffiepauze zegt een collega ’s middags weg te willen, maar dat zij dit alleen kan doen als de telefoon naar iemand wordt doorgeschakeld.

      Je zit met een kringetje mensen gezellig te praten. Een van de aanwezigen speelt met een sigaret en vraagt, zonder zich speciaal tot iemand te richten: ‘Heeft iemand een vuurtje voor me?’

      Werkgroepvergadering. De voorzitter vraagt: ‘Wie wil het verslag schrijven?’ en richt zich daarbij tot niemand speciaal.


    Wat is het gemeenschappelijke in deze voorbeelden? In de eerste plaats gebeurt het altijd daar waar meer mensen bij elkaar zijn. In de tweede plaats gaat het altijd om een vraag die zeer in het algemeen gesteld wordt en die niet speciaal tot jou wordt gericht.

    Wat is dan onbewuste gehoorzaamheid? Als jij onbewust gehoorzaam bent, doe je alsof de algemeen gestelde vraag niet algemeen gesteld was, maar speciaal tot jou gericht is. Jij voelt je geroepen. Zonder vast te stellen wat je wilt of niet wilt, gehoorzaam je aan de vraag. Je laat bijvoorbeeld de telefoon naar je doorschakelen, zoekt een vuurtje en schrijft het verslag.
     

    [opdracht]

    Herken jij dit bij jezelf?
      ja, in zeer veel gevallen
      ja, in tamelijk veel gevallen
      ja, in sommige gevallen.


    d) Wat hoort en niet hoort

    Naast onbewuste dienstbaarheid en onbewuste gehoorzaamheid is ‘wat hoort en niet hoort’ een derde stille invloed, die meestal moeilijk te herkennen is.

    Je bent van plan een auto te kopen. Dat is een belangrijke beslissing. In jouw hart voel je wel voor een kleine, pittige Peugeot. Maar ‘ergens’ heb je het gevoel dat je er niet helemaal zeker van bent. Het is alsof er invloeden op je inwerken die jou, min of meer tegen jouw zin, drijven in de richting van een grote auto; een auto die de bewondering afdwingt van de mensen met wie jij omgaat.

    Ook ‘wat hoort en niet hoort’ kan zo’n stille en nauwelijks herkenbare invloed zijn, die jou drijft

    naar beslissingen die meer van andere mensen zijn dan van jezelf. Ook hier is weer een subassertieve en een assertieve opstelling mogelijk.


    [opdracht]

    Jij hebt je eigen normen en waarden. Probeer die te verhelderen. Ga de discussie aan met anderen als je wilt, maar gooi er die onzuivere elementen uit die ooit zijn binnengespoeld zonder dat je er erg in had.



    e) Routine en de macht der gewoonte

    In het leven van alledag gaan veel dingen automatisch. Wij hebben vaste gewoontes en dat is maar goed ook; er wordt veel tijd mee bespaard. Toch kunnen die vaste gewoontes op een gegeven moment benauwen. Zonder dat je het in de gaten hebt, doe je dingen die je vroeger misschien wel wilde, maar nu niet meer. Omdat jij de gewoonte zo gemakkelijk vindt en omdat veranderen soms lastig is, blijf je doorgaan, zij het met een lichte tegenzin.

    [opdracht]

    De volgende vragen (macht-der-gewoontelijst) helpen je stil te staan bij een aantal gewoontes. Let op: de voorbeelden zijn slechts een voorzet! Als jij jouw halfbewuste gewoontes wilt onderzoeken, zul je ongetwijfeld op dingen komen die je gewend bent te doen en waar je, nu je erbij stilstaat, verandering in wilt brengen.

    Na elke gewoonte zijn regels opengelaten om de volgende vragen te beantwoorden:
    a  Wie heeft dat ooit beslist?
    b  Wie beslist dat nu?
    c   Ben je daar nu tevreden mee of wil je dat anders; en hoe?

    Heb jij een vrije dag of avond voor jezelf?

    Werk je aan een stuk door of neem je ook kleine pauzes?

    Hoeveel tijd je achter de computer zit.



    [opdracht]

    Realistische zelfbeoordeling: de afgelopen periode

    Neem even de tijd en werk onderstaande checklist door: het betreft gewoontes die we al eerder de revue hebben laten passeren in onder meer de huiswerkopdracht van les 3 van deze online cursus.


    1. Letten op onbewuste gehoorzaamheid en onbewuste dienstbaarheid. 
     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    2. Plannen uitvoeren uit de macht-der-gewoontelijst.
     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    3. Vragen ‘waarom’, ‘ik begrijp het niet’, ‘ik wil weten’.

     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    4. Op de vraag ‘waarom?’ reageren met: ‘Omdat ik dat prettig vind.’ (of andere gevoelens)

     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    5.  Ophouden met overdreven verontschuldigingen; bijv. met opzet een paar keer iets te laat komen.
     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    6.  ‘Ik’ zeggen als je over jezelf spreekt.
     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    7.   ‘Ik wil’ of ‘ik ga’ zeggen om jouw wensen of bedoelingen kenbaar te maken.
     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    8.  Vriendelijk en duidelijk en assertief met ‘ja’ of ‘nee’ reageren op een vraag.
     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    9.   Jezelf duidelijk voorstellen aan anderen: ‘Ik ben ...’.

     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar? 

    10.  Iemand erbij zoeken om samen situaties mee te bespreken.

     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?

    11.  Ken je mensen die jij wel wilt aankijken, maar bij wie je dat moeite kost?

       ja
       nee

    12.   Hoe is het gelopen met jouw voornemens?
     In hoeverre tevreden?
     In hoeverre voor verbetering vatbaar?



    Huiswerk

    • Waarom, Ik begrijp het niet, Ik wil weten’ Gebruik deze woorden zo vaak mogelijk; in alle situaties waarin jij iets wilt weten.
    • Ik vind het prettig, leuk, lekker, mooi. Ik vind het onprettig, niet leuk, niet lekker, niet mooi. Geef jouw gevoelsmatige oordeel ongevraagd in zo veel mogelijk onbelangrijke situaties. Anderen raken er dan aan gewend om jou dit te horen zeggen. Het maakt de stap voor jou ook kleiner om jouw gevoelens aan de ander kenbaar te maken als hij daar wel om vraagt. Of als jij het belangrijk vindt om ze de ander te laten weten.
    • Oogcontact. Let deze week bewust op hoe je daarmee omgaat. Let erop wanneer je er wel en wanneer je er geen moeite mee hebt.
    • Ik. Gebruik dit woord zo vaak als je kunt en zeker als jij het over jezelf hebt.
    • Ik wil, Ik ga. Gebruik deze week zo vaak als je kunt de woorden ‘Ik wil’ en ‘Ik ga’. Vermijd de woorden ‘ik moet’. Bijvoorbeeld: Ik ga nu weg; Ik wil iets met jou bespreken; Ik ga niet naar die vergadering; Ik wil antwoord hebben op mijn vraag.
    Onbewuste gehoorzaamheid en dienstbaarheid: probeer te ontdekken of, waar en wanneer je dat doet. Let ook eens op hoe anderen dat doen.

    Pijltje_oranje Naar les 5


    INTERESSANTE ARTIKELEN & ACHTERGRONDEN:
     Pijltje_oranje  Wordt assertief: pel langzaam je ui af - Therese Janssen over de assertiviteitstraining
     Pijltje_oranje  Dossier assertiviteit
     Pijltje_oranje Artikel: Nee zeggen is de beste zelfverdediging (pdf)

    INTERESSANTE BOEKEN:
      Persoonlijke Effectiviteit
    De bestseller "Persoonlijke Effectiviteit" van Jan Schouten is op 23 mei 2006 verschenen in een herziene druk
    Pijltje_oranje  Bestel nu in onze boekenwinkel.

    En nu ik


    En nu ik! (waaier), Merijne Bloem

    Ben ik zo duidelijk? (waaier)
    Ben ik zo duidelijk? (waaier), Marieta Koopmans 

      Ja maar wat als alles lukt
    Ja maar wat als alles lukt?, Berthold Gunster
     
    't Is ook altijd wat!, Tjeu van Heck/ Jeu Consten

    Een praatje makenEen praatje maken, Marjolijn van Burik



    Interessante link Wil je aan de slag met assertiviteit en een training volgen bij een gerenomeerd instituut, kijk dan eens op de website van Schouten & Nelissen

    Interessante link Wil je meer lezen over assertiviteit, kijk dan eens in onze boekenwinkel voor interessante boeken

     Meer over assertiviteit ook op ManagerNet


    E-mailadres:






     Over Loopbaan.nl | Adverteren op Loopbaan.nl | Partners | Contact | Privacy Statement | Sitemap | Disclaimer © Loopbaan.nl