Assertiviteit - les 6
Bekijk de video van les 6 van de Avro tv-cursus Assertiviteit van Jan Schouten (uit 1979)
Welkom bij
les 6 van de
Online Cursus Assertiviteit van Loopbaan.nl en uitgeverij Thema. We beginnen deze les met een oefening. Hieronder volgt een aantal situaties die lastig kunnen zijn. Schrijf jouw assertieve reactie op die situaties op.
Situatie 1 Je hebt een jaar geleden een nieuwe functie gekregen. Je bent ingewerkt door een collega die dit werk vijftien jaar heeft gedaan en nu is gepromoveerd naar een hogere functie. Hij zit een etage lager, waar je regelmatig moet zijn. Als je zijn kamer passeert roept hij je binnen, informeert altijd hoe het gaat, vervolgens geeft hij jou advies. Hij vindt jou eigenwijs als hij er achterkomt dat je dat niet opvolgt. Het irriteert je, je wilt die discussie niet meer met hem. Jouw assertieve reactie; wat doe je en wat zeg je: ……………………………………………………………………… |
Situatie 2 Je geeft leiding aan een afdeling van vijf man, een van hen heeft ernstige problemen thuis en gaat scheiden. In een werkoverleg is afgesproken dat iedereen in de komende periode taken op zich neemt, behalve de collega met de scheidingsproblemen. Nu zie je vanaf je werkplek dat hij regelmatig spelletjes op de computer doet. Als hij niet kan werken moet hij zich ziek melden. Jouw assertieve reactie; wat doe je en wat zeg je:………………………………………………………………………… |
Situatie 3 Je zit op een avond rustig thuis en bladert in je adresboekje. Hé, denk je, hoe zou het nu met Petra gaan? Petra is een oud-collega. Je hebt jaren met haar samengewerkt en al een hele tijd niets meer van haar gehoord. Je zou het leuk vinden om haar stem weer eens te horen en je wilt contact. Jouw assertieve reactie; wat doe je en wat zeg je: ……………………………………………………………………… |
In de vorige hoofdstukken ging het vooral over situaties waarin assertief gedrag inhoudt: reageren op een ander die op jou afstapt. In de situaties hierboven is het nodig om er zelf op af te stappen, als je tenminste een assertieve reactie wilt geven. Doe je zelf niets, dan verandert er ook niets. Assertief gedrag houdt dus ook in: op een ander afstappen.
Vanaf nu wordt onder assertief gedrag verstaan:
- Op anderen afstappen of direct reageren op anderen.
- Ik vind: uiten wat je voelt bij de manier van doen van de ander.
- Ik wil: zeggen wat jouw wensen zijn ten opzichte van de ander.
Ik ga: zeggen wat jij van plan bent om te gaan doen.
Jouw eigen reactie
Ga na of jouw assertieve reactie op bovenstaande drie situaties telkens de drie hierboven genoemde elementen bevat:
1. op anderen afstappen of reageren
2. ik vind.
3. ik wil of ik ga.
Aan de volgende onderwerpen gaan we nu aandacht besteden. Wij nodigen je uit om je gewoontes te onderzoeken en telkens één en niet meer dan één voornemen te maken en in praktijk te brengen.
1. Leuke en nuttige dingen waar je op af kunt stappen
Jij denkt: ‘dat vind ik leuk’, ‘dat wil ik.’ Het is assertief als je dat ook zegt. In hoeverre slaag jij erin op leuke dingen die jij wilt doen, inderdaad ook af te gaan? Hieronder staan een aantal voorbeelden van situaties waar je op af kunt stappen. Kies die situaties uit die jij de moeite waard vindt. Voeg eigen plannen om ergens op af te stappen zelf toe.
Wat zou jij meer willen doen?
Zomaar bij een collega binnenstappen en vragen of hij koffie wil.
In een vergadering naar voren brengen dat je interesse hebt in bepaalde taken.
Iemand uitnodigen om samen met jou een leuk project te doen.
Zomaar voor je zelf een middag vrij nemen.
Een afdeling inlopen waar je nog nooit eerder of lang geleden bent geweest.
Met PZ een afspraak maken om te praten over je verdere toekomst.
Op de (nieuwe) directeur afstappen voor een korte kennismaking.
2. Op mensen afstappen met wie je nog iets te bepraten hebt
Misschien zijn er van die mensen in jouw omgeving met wie je iets recht te zetten hebt. Die bijvoorbeeld dingen hebben gedaan die jij niet prettig vond en je wilt ze dat nog steeds eens zeggen. Misschien wil je verandering in de situatie brengen. Als jij die situatie wilt veranderen, is het nodig zelf op die anderen af te stappen. Die situatie verandert namelijk niet vanzelf.
|
Actie! Ga nu voor jezelf eens na met welke mensen je nog iets te bespreken hebt over iets wat zij doen of gedaan hebben. Het handigst is het, wanneer je eerst de namen opschrijft van de mensen met wie je geregeld omgaat. Daarna kun je vaststellen of het nodig is om op die ander af te stappen.
Of je je antwoorden ergens genoteerd hebt of niet: je weet verdraaid goed met wie je nog wat te bepraten hebt. Of je dat ook gaat doen is jouw keuze. Je had het al langer kunnen doen, zo leert vaak de praktijk, maar ‘het is er nog niet van gekomen’. Daar kunnen heel veel goede of slechte redenen voor zijn, dat weet je wel en het is helemaal aan jou hoe zwaar je die laat wegen.
Stel dat het je gewoonte is om dit soort zaken op zijn beloop te laten en stel ook dat je er verandering in wilt aanbrengen. Begin dan met iets eenvoudigs voor je aan de meer persoonlijke en moeilijker gesprekken begint. Openingszinnen kunnen onder meer zijn:
- Ik wil even terugkomen op ons gesprek van laatst.
- Ik wil graag iets met je bespreken.
- Fijn dat jullie er zijn. Ik heb een idee. Ik wil graag jullie mening.
- Ik weet niet hoe jij het vond, maar dat gesprek van laatst zit me niet lekker.
- Ik heb altijd al willen vragen……Hoe zat dat toch?
|
3. Hinderlijke fantasieën die kunnen blokkeren
Als je er niet op afstapt, hoewel je dat eigenlijk wel wilt, is vaak de reden dat je voorstellingen hebt over hoe de anderen zullen gaan reageren. Bang zijn voor de gevolgen is op zich niet zo verschrikkelijk. Het gaat er veel meer om hoe je met die angsten omgaat. Je kunt er verschillende kanten mee op. Waar ga jij van uit?
Ik ga ervan uit dat datgene wat ik denk dat anderen denken ook waar is.
Ik ga ervan uit dat datgene wat ik vrees niet waar is.
Ik ga ervan uit dat ik niet weet wat de ander zal denken en hoe hij zal reageren als ik assertief optreed. En dat
ik hem of haar dat kan vragen.
Anders, namelijk …
Vaak is het zo dat we alleen maar denken dat we opgevreten zullen worden door de ander, terwijl dat in de praktijk best meevalt. De gevreesde catastrofes blijven meestal uit. Natuurlijk is het ook mogelijk dat mensen soms met verdriet of boosheid reageren op een assertieve opstelling. Dat is dan wel hun boosheid of hun verdriet. Ook in dit soort situaties waarin iemand boos of verdrietig reageert, is het belangrijk om assertief te kunnen zijn.
4. Initiatieven nemen
Wil je er op afgaan en niet alleen het initiatief droppen, maar er ook aan werken, dan is het verstandig geduldig te zijn. En dat meer naarmate de groep van mensen die er door je initiatief kunnen worden gevraagd groter en vreemder is. Het initiatief om in je ‘eigen’ gezin of groep iets door te voeren kan al lastig genoeg zijn. Dat geldt helemaal als je gaat voor een (omvangrijk) initiatief op je werk. Hier volstaan we met enkele algemene raadgevingen.
1. Bereid je persoonlijk voor. Ben een tijd lang kritisch over de waarde van je initiatief. Zie onder ogen dat het
kan mislukken. Bepaal het faalnut.
2. Bepaal wat je wilt bereiken en hoeveel je dat persoonlijk doet.
3. Een beginnend initiatiefnemer kan de fout maken door te blijven hangen bij: ‘ik wil dat en dat bereiken.’
Bijvoorbeeld: Ik wil een nieuw computersysteem. Het is echter absoluut nodig dat je het vraagstuk helder
krijgt. Het vraagstuk gaat voorafgaand aan de oplossing. Voorbeelden van heldere vraagstukken: Het is een
ramp dat we nooit precies weten wie onze klanten zijn en wat wij voor ze doen.
4. Bij de voorbereiding behoort:
a. Het besef dat je te maken hebt met volwassen mensen.
b. Het besef dat niemand op je idee zit te wachten, anders was het allang in praktijk gebracht.
c. Het besef dat het in praktijk brengen van je initiatief voor de anderen inhoudt: hun bestaande
routines/ gewoonten veranderen. Weerstand is normaal.
d. Het besef dat je de manier waarop je je vraagstelling omschrijft in brede zin voor jou wel kan
kloppen, maar bij toetsing best ook verfijning, misschien wel wijziging verdient.
e. Het besef dat je goed moet weten wie, welke mensen dus, concreet door je initiatief worden
geraakt: het initiatiefveld en hoe de verhoudingen daarbinnen liggen.
f. Het besef dat het dom is je aandacht alleen te richten op de top van de hiërarchie in het
initiatiefveld, omdat de mensen die er toe behoren zelf weer voor het slagen afhankelijk zijn van de
anderen in het initiatiefveld. Dat je de hiërarchie nooit kunt overslaan.
5. Elk initiatief dat begint met het voorstellen van de oplossing heeft minder kans van slagen, dan de benadering
waarin je aan het initiatiefveld begrip vraagt voor het vraagstuk.
5. Inschatting van het afbreukrisico
Ze zeggen wel eens dat angst een slechte raadgever is. Dat doet meneer Angst wat te kort. Angst port ons op om na te denken over het mogelijke afbreukrisico van ons handelen. Angst dwingt ons na te denken over de gevolgen van ons gedrag, ook het assertieve gedrag. Dat is een goede zaak.
Sommigen onder ons hebben de neiging voetstoots aan te nemen dat die gevolgen kwalijk zullen zijn. Dat blijkt in de praktijk niet altijd zo te zijn. Juist door de kleine risico’s te nemen, leren we ook dat de gevolgen in de praktijk meevallen en dat we op moeten passen altijd van het negatieve uit te gaan. Ook merken we dat de ander niet van suiker is en best tegen een stootje kan. De ander wil best met ons verder als ons gedrag behalve duidelijk niet al te afstotend is. En je merkt dat je zelf ook niet van suiker bent. En toch zijn er situaties waarin je er beter aan doet je pogingen op te geven. Hoe pijnlijk het ook is: je stuit op onbegrip bij je partner, je vader snapt werkelijk niet waar je het over hebt, je directeur wil je niet ontvangen. Pijnlijk. Wij zeiden het al, er bestaat uiteindelijk geen patentgeneesmiddel tegen verdriet. Soms is het redelijk om de situatie als te gevaarlijk in te schatten. Een mes wordt getoond. Dreigingen komen op je af. Het spook van ontslag zweeft rond. Wil je zelf direct het afbreukrisico dragen? Jouw keuze. Je kunt indirect je doel proberen te bereiken: door de politie in te schakelen, door een cordon te vormen met meer of minder bekenden. Jij bepaalt zelf –en dat met alle recht– wat de prijs van het vrije woord je waard mag zijn.
6. HELP: het moeilijkste woord
Je hebt iets afgesproken, beloofd. Een taak op je genomen. Hoe vaak komt dat niet voor. Van groot belang is dat je afspreekt wanneer je geacht wordt klaar te zijn. Maar doe je dat ook? Of denk je: als ik onder die datum uitkom kan mij niets gebeuren, ik zie wel. Maar de praktijk laat iets anders zien: de ander heeft een eigen datum in het hoofd en zal je daar toch op aanspreken. Is er iets aan de hand? Nee, alleen irritatie en eventueel gebekvecht. Herken je hier iets van?
Stel je hebt een goede afspraak gemaakt: dan en dan zal ik dat voor elkaar hebben. Het is een goede afspraak, want zowel jij als de ander hebben samen goed besproken welke dingen je nodig hebt om op tijd klaar te kunnen zijn: voldoende tijd, geld, hulpkrachten. Maar er komt iets tussen: je voelt het aankomen, je gaat de afgesproken datum niet halen. Wat is je gewoonte: Stap je op de ander af en koppel je voor?
Voorkoppelen wil zeggen, vertel je hem voor de afgesproken datum dat je het niet gaat halen en vraag je hulp? De hulp kan bestaan uit het naar achteren verschuiven van de datum of het leveren van extra middelen. In dit geval, als je dus voorkoppelt, mag je hulp verwachten, dat is redelijk. In de meeste relaties en in moderne bedrijven wordt zo door de ander (partner, chef) gehandeld. Krijg je de hulp niet dan blijf je nog steeds in je recht staan: je bent niet in de wereld om het werkelijk onmogelijke te doen. De chef die jou niet helpt als jij voorkoppelt, kent de hedendaagse verhoudingen niet. Hij deugt eigenlijk niet voor zijn werk; hij heeft hulpplicht.
Maar chefs en partners hebben het soms lastig. Heel vaak maken ze mee dat hun maatje of collega of medewerkers nakoppelen: ze komen pas na de afgesproken datum op de proppen.’Sorry, ik heb het niet afgekregen.’ Partner of chef hebben alle reden om boos te zijn: je hebt ze goed laten zitten. We weten het: je wilt laten zien wat je waard bent, je wilt je niet laten kennen, je wilt niet de mindere zijn, et cetera. Maar als je niet voorkoppelt kom je altijd bedrogen uit. Hoe moeilijk het misschien voor je is, je kunt beter er op afstappen, voorkoppelen en hulp vragen. Is daar moed voor nodig? Die wensen we je graag toe. Trouwens wat voor ergs kan er gebeuren als je hulp vraagt?
Naar les 7
INTERESSANTE ARTIKELEN & ACHTERGRONDEN:
Wordt assertief: pel langzaam je ui af - Therese Janssen over de assertiviteitstraining
Dossier assertiviteit 
Artikel:
Nee zeggen is de beste zelfverdediging (pdf)
INTERESSANTE BOEKEN:

Wil je aan de slag met assertiviteit en een training volgen bij een gerenomeerd instituut, kijk dan eens op de
website van Schouten & Nelissen
Wil je meer lezen over assertiviteit, kijk dan eens in onze
boekenwinkel voor interessante boeken

Meer over assertiviteit ook op
ManagerNet