Home  Trainingen en Opleidingen  Online cursussen  Cursus Assertiviteit  Assertiviteit - les 8





Online cursussen











Kom in de klas











Trainers aan het woord











Trainingen en opleidingen Eduhub











Zoek een training!











Advertentie-mogelijkheden










Assertiviteit - les 8


pagina vooruit Bekijk ook de video van les 8 van de Avro tv-cursus Assertiviteit van Jan Schouten (uit 1979)


Welkom bij les 8 van de Online Cursus Assertiviteit van Loopbaan.nl en uitgeverij Thema. In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan een drietal onderwerpen. Ten eerste bespreken we het stellen van grenzen en de voordelen hiervan, ten tweede het gevaar van subassertief gedrag in kleine situaties van alledag en ten slotte staan we stil bij hoe je spanning en ontploffing kunt voorkomen.



1. Grenzen stellen
Stel je de volgende situatie voor: De vergadering is ten einde en een collega schiet jou aan. Hij vraagt jou: ‘Ik wil vanmiddag weg, kan ik de telefoon naar jou doorschakelen?’
Jij denkt: ‘Nee het spijt mij, ik heb andere plannen’. Jij zegt hem dat ook: ‘Nee het spijt mij, ik heb andere plannen.’ Op zich is dit een gewone manier om assertief te reageren op de vraag van iemand anders. Maar die ander is er ook nog en probeert nog een paar kansen: hij wil graag weg en dat kan alleen als zijn telefoon doorgeschakeld wordt en hij houdt aan. Niet één keer, niet twee keer, maar drie keer! Telkens weer herhaalt hij zijn vraag. In principe heeft de ander daartoe het recht: hij zorgt voor zichzelf. Het gaat er nu om: slaag jij erin om ook wanneer hij aandringt, voor jezelf te zorgen? Jij voelt je elke keer als jouw collega verder aandringt, weer iets onrustiger. Jouw opwinding stijgt.

a. Subassertieve reacties op doordramsituaties
Laten we bij het voorbeeld blijven dat in het vorige stukje is beschreven. Verplaats je in die situatie. Vanbinnen gaat er het volgende door jou heen:
· ‘Ik begrijp best dat die ander blijft aandringen.’
· ‘Ik vind het niet leuk dat hij aandringt.’
· ‘Ik wil dat die ander daarmee stopt.’

Wat doe jij?
Een subassertieve reactie kan er heel goed als volgt uitzien. Ondanks het feit dat jouw grens vanbinnen bereikt is, blijf je alsmaar ‘nee’ zeggen op de steeds maar herhaalde vraag van de ander. Uiteindelijk word je daar zo moe van dat je toch maar ‘ja’ zegt, ook al wil je dat helemaal niet. In principe is er helemaal geen bezwaar tegen een subassertieve reactie, maar het heeft wel een paar nare bijverschijnselen. Lees de volgende mogelijke gevolgen van een subassertieve opstelling door. Welke herken je?

 Jouw spanningsthermometer is zwaar over de grens gegaan. Jij staat op ploffen. Je merkt dat aan allerlei spanningsverschijnselen. Dat is een onprettig gevoel.
 Als je toegegeven hebt, voel jij je misschien heel eventjes opgelucht, maar na een tijdje voel jij je ontevreden over jouw subassertieve reactie. Jij hebt toegegeven en nu doe of laat je iets wat je helemaal niet wilt. Je hebt een ongunstige mening over jezelf.
 Ook al heb je uiteindelijk toch maar toegegeven aan het herhaalde verzoek van de ander, je blijft toch zitten met een boos gevoel ten opzichte van de manier van doen van de ander. Die ander bleef op een gegeven moment maar aandringen en dat vond je vervelend, zonder dat je dat zei. Omdat je het niet zei, blijft er ten opzichte van die ander een boos en vijandig gevoel achter. Dat uit zich bijvoorbeeld door je bij anderen te beklagen of andere vormen van indirecte vijandigheid. Die ander zal, als hij de vijandige houding opmerkt, dat niet prettig vinden. Maar ook voor jou is een vijandige houding ten opzichte van iemand anders niet prettig. Zo ontstaat wrevel.

Als jij in zo'n situatie de ander zijn zin geeft tegen jouw wil in, heeft hij er niets van geleerd.
Als hij maar lang genoeg bij jou doorzeurt, krijgt hij op den duur zijn zin wel. Door niet jouw grens te stellen, tot hier en niet verder, ‘verwen’ je de ander. Op den duur wordt het steeds moeilijker om jouw grens te stellen ten opzichte van die ander, omdat hij door jou ‘getraind’ is om vol te houden.
Ook voor die ander (een kind. een partner, vriend, collega of wie dan ook} is dit geen prettige toestand, want hij wordt door jou op een verkeerd spoor gezet. Langzaamaan bekoelt de relatie zonder dat jij de ander daar op enig moment voor gewaarschuwd hebt. Het gevolg van een subassertieve opstelling kan dus spanning bij jezelf, ontevredenheid over jezelf en toenemende vijandige gevoelens ten opzichte van de ander zijn.

b. Een assertieve reactie op doordrammen
We blijven nog steeds bij hetzelfde voorbeeld. Jij voelt vanbinnen begrip voor het feit dat de ander blijft aandringen, maar vanbinnen vind je het niet prettig en je wilt dat hij stopt.
Bij een assertief antwoord zeg je wat je voelt en wilt. Je zegt bijvoorbeeld: ‘Ik begrijp best dat jij zo aandringt, maar ik begin het nou niet leuk meer te vinden en ik wil dat je erover ophoudt’ of ’zo is het wel genoeg’ of ‘zo kan ie wel weer.'
 
Wat zijn de gevolgen van een assertieve opstelling? Lees onderstaande voordelen door. Met welke voordelen ben jij het eens?
 Je uit jouw gevoel en daarmee loopt de opwindingsthermometer weer terug. Doordat jij jouw lichte irritatie uitte kan vanbinnen de rust weer terugkeren. Er is geen reden meer voor spanning.
 Doordat jouw boze gevoel is weggevloeid, sta jij weer vrij en open ten opzichte van de ander. Jij kunt weer op de oude voet met hem doorgaan als de ander jou serieus genomen heeft. Er is dan geen reden meer voor vijandigheid.
 De ander went eraan dat jij soms ‘ja’ wilt zeggen op wat hij vraagt en soms ook ‘nee’. En dat jouw ‘nee’ inderdaad ook ‘nee’ is, zoals jouw ‘ja’ ook ‘ja’ is. Hij leert dat hij met jou zal moeten overleggen en dat simpel aandringen en doorzeuren bij jou niet helpt. In zekere zin nodig jij hem daardoor uit op een assertieve manier met jou te onderhandelen. Er is geen reden voor misverstanden.

Dus door een assertieve reactie vloeit boosheid weg, ben je tevreden omdat jij jouw plan kunt volgen, sta je weer open voor de ander. Door diezelfde assertieve reactie krijgt de ander een duidelijk signaal: ‘Ik word gerespecteerd, maar het is ook duidelijk dat de ander echt wil dat ik stop.’

c. Op de goede woorden komen
· Ik vind het niet leuk dat je zo blijft aandringen.
· Ik begrijp best dat je zo aandringt, maar ik vind het niet leuk meer, ik wil dat je nu stopt.
· Stop, ik vind je manier van doen nu vervelend.
· Hé zeg, doe mij een lol.
· Leuk hoor! Zo kan die wel weer.
· Hou eens op, dit is niet leuk meer.
· Hou op, je begint me te irriteren.

 Huiswerk voor jezelf
· Stel jouw grenzen waar jij dat nodig vindt.
· Kun je niet op de goede woorden komen? Lees de ‘goede woorden’ van hierboven tien keer hardop voor.

2. Het gevaar van subassertief gedrag in kleine situaties van alledag.
Stel je de volgende situatie voor:
Je voelt je rustig. Je hebt je voorgenomen om ongestoord en snel een aantal zaken af te werken, maar daar staat de secretaresse naast je met een kleine vraag die net zo goed even had kunnen wachten. Je denkt een moment: ‘Ik kan haar misschien zeggen dat ik er straks op terugkom en dat ik nu wil doorwerken’, maar je denkt tegelijkertijd: ‘Ach het is zo gebeurd, ik zal haar maar even helpen.’ Daarna ga je door met je werk. Na een kwartiertje gaat de telefoon. Je hebt met het secretariaat afgesproken om alle telefoontjes tegen te houden, maar deze wordt doorgelaten. Het is jouw manager die zegt dat hij kort iets met jou te bespreken heeft en of je nu meteen even wilt komen. In een flits gaat door jou heen: ‘Ik vind dit vervelend, ik wil doorwerken, ik kom straks wel.’ Maar dan denk je: ‘Hij zal dit niet zomaar vragen en hij zegt dat het maar kort is.’ Je onderbreekt jouw werk en gaat naar jouw manager toe voor een gesprek dat uiteindelijk drie kwartier duurt. Het gaat allemaal wel goed, maar toch: Je voelt je onrustig.

De dag gaat verder. ‘s Middags is er werkoverleg en precies om half twee, het afgesproken tijdstip, ben je aanwezig. Helemaal alleen zit je te wachten in de vergaderkamer, want de anderen zijn vreselijk laat. Dit irriteert je. De vergadering begint uiteindelijk pas om vijf voor twee. Als de vergadering eenmaal begonnen is, verdampt het geïrriteerde gevoel en je besluit het er verder niet meer over te hebben. Toch zit het je ‘ergens’ dwars, want het is niet de eerste keer dat je hebt zitten wachten. Na de vergadering neem je een kopje thee en je bedenkt wat de dag jou verder brengen zal. ‘Gelukkig, vanavond een rustige avond thuis. Lekker uitzakken voor de televisie, nietsdoen, alleen maar doen waar ikzelf zin in heb!’, denk je. Je gaat terug naar je werkplek en op de mail staat een verzoek van jouw manager waarin hij je vraagt om een bepaalde klus snel af te werken. Dat doorkruist al jouw plannen voor de verdere dag. Je denkt: ‘Dit soort klussen hoort bij mijn werk, dus ik zal dit maar doen.’ Je mailt hem terug dat je er mee aan de gang gaat. Je bent een half uur bezig te regelen en te doen en je verwacht dat je nog wel twee uur bezig zult zijn voordat je klaar bent. Maar dan gaat de telefoon: het is de manager. Hij vraagt of je tijd hebt voor een andere nog urgentere klus. Jij voelde je al onrustig, maar nu voel jij je gespannen, gejaagd en ontevreden worden. Je sputtert nog wat tegen, maar jouw baas zegt dat hij wil dat het gebeurt. ‘Och ja’, denk je, ‘een werkdag duurt maar tot zes uur en dan begint mijn vrije avond. Wat zou ik mij er druk om maken!’ Je zegt dus ‘ja’. Terwijl jij je inzet voor deze nieuwe spoedklus, merk je:
Je voelt je onrustig, gespannen, gejaagd, ontevreden.

De nieuwe klus is niet eenvoudig. Je werkt er hard aan en rond kwart voor zes ben je klaar. Je gaat met je aantekeningen en je resultaten naar je manager. Hij zegt: ‘Dank je wel’ en vraagt meteen naar het resultaat van de eerste klus waar hij je vanaf heeft gehaald. Hij dringt erop aan dat jij die klus alsnog afmaakt. Als je protesteert, zegt hij: ‘Ja maar, je had toch afgesproken dat je die klus ook zou doen.’ Je voelt je erg boos worden, zeker nu je merkt dat je later thuis zult zijn. Als je héél hard aanpeest, kun je de tijd die je nodig hebt voor die spoedklus nog wel tot een uur beperken en ben je uiteindelijk om kwart voor zeven klaar. ‘Nou ja’, denk je, ‘er zijn nog wel ergere dingen in de wereld dan te laat thuiskomen.’ Je zegt ‘ja’, met tegenzin. Je belt naar huis en zegt dat je later thuis bent. Dat wordt niet leuk gevonden, maar er zal wel wat later gegeten worden.

Je drink een kop koffie en gaat weer aan het werk. Maar één ding is zeker: Je voelt je laaiend.
Je rijdt naar huis, het lijkt wel alsof jouw stemming is bedaard. Thuis word je gezellig opgewacht, maar jij voelt je, zonder te weten waarom, rot vanbinnen. Terwijl je na het eten geniet van een kopje koffie, gebeurt er iets kleins. De telefoon gaat en er wordt aan jou gevraagd of je mee wilt doen aan een enquête, het duurt maar tien minuten …  Plotseling gebeurt er iets wat je nauwelijks had verwacht: je ontploft en krijgt een verschrikkelijke woedeaanval.
 
Telkens als er weer zo’n situatie is zoals hierboven beschreven waarin jij subassertief reageert, neemt de spanning in de ballon toe. Of anders gezegd: de spanning in jouw lijf neemt toe. Het leek alsof jij de situatie te onbelangrijk vond om er een punt van te maken, maar dat was niet zo. Als je eerlijk bent, zou je weten dat je wel had willen reageren ook al leek het sop de kool niet waard. Negeer je deze signalen om in actie te komen, dan krop je het op. Dat kun je lang volhouden, maar het kan ook gebeuren dat de spanning zo groot wordt dat een hele kleine aanleiding voldoende is om jou te doen ontploffen.

a). De ballon houdt het nog: spanning. Als je in een aantal kleine op elkaar volgende situaties subassertief optreedt, kun je, zonder dat jij je dat bewust bent, gespannen raken. Dat geldt zeker wanneer in de loop van de dag, een week of langere tijd, er een aantal situaties is waarin jij subassertief optreedt. Het vervelende is dat die spanning moeilijk te verklaren is: die kleine situaties worden zo gemakkelijk vergeten.

b). De spanning is te groot: jij ontploft. Het vervelende voor jou en voor de anderen die bij de ontploffing aanwezig zijn, is dat de aanleiding voor de ontploffing in de regel weer een kleine situatie is. Op zichzelf genomen is jouw reactie voor anderen onbegrijpelijk en misschien ook voor jou. De enige verklaring is dan dat de laatste kleine situatie in feite de druppel is die de emmer heeft doen overlopen. Maar die ontploffing is het resultaat van het feit dat jij ‘vergeten’ bent in diverse kleine situaties en misschien ook grote situaties, assertief op te treden. Jouw reactie komt er veel te fel uit. Hoe vervelend een ontploffing misschien ook is, op zich is hij op dat moment niet slecht. In ieder geval komen jouw gevoelens van irritatie eruit. Jij bevrijdt je ervan. Voor verbetering vatbaar is dan om in het vervolg eerder, ook in de kleine situaties van alledag, assertief op te treden.

Actie!

Het plofonderzoek
Wij nodigen je uit om eens goed na te denken. Herken je bij jezelf de beschreven explosiviteit?
Wil je nadenken over de manier waarop bij jou die ontploffing zich opbouwt?
…………………………………………………………………


3. Hoe spanning en ontploffen te voorkomen
Het is van belang dat je steeds beter en steeds vlugger de kleine situaties van alledag leert herkennen; situaties die er uiteindelijk toe kunnen leiden dat je onnodig gespannen bent of misschien ontploft. Met dat herkennen ben je bezig nu je deze cursus volgt. Ga daar mee door.

Als je in een kleine situatie bent en je weet van jezelf welke nadelige gevolgen subassertief gedrag voor jou kan opleveren, is het van belang dat jij ook in kleine situaties telkens van tevoren vaststelt wat jij wilt of niet wilt. Geef jezelf een kans om een antwoord te geven dat overeenkomt met datgene wat jij wilt en voelt. Met andere woorden: las een pauze in voordat je een antwoord geeft op een vraag van iemand anders. Wees consequent assertief, ook in de kleine situaties van alledag. Als jij vindt dat er op dit punt verbeteringsmogelijkheden zijn, maak er dan extra werk van om te zeggen wat jij wilt en wat je niet wilt. Juist in de kleine alledaagse situaties!

Door systematisch aandacht te besteden aan wat je doet in alle mogelijke situaties, kun je onnodige spanning en een eventuele ontploffing voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen, maar als je er al middenin zit? Jij voelt je gespannen en jij weet niet waar dat vandaan komt, wat doe je dan? Een van de dingen die je kunt doen, is nagaan welke situaties jij die dag hebt meegemaakt en in welke situaties jij onnodig subassertief bent geweest. Daarna kun je je voornemen om, als het mogelijk is, deze situaties alsnog recht te zetten. In ieder geval kun je je voornemen om de rest van de dag extra veel aandacht te besteden aan jouw eigen assertieve opstelling.

Huiswerk voor jezelf
Let deze week goed op. Kies een of twee dagen uit waarin jij er extra voor zorgt dat je ook in kleine situaties assertief optreedt.



INTERESSANTE BOEKEN:

  Persoonlijke Effectiviteit
De bestseller "Persoonlijke Effectiviteit" van Jan Schouten is op 23 mei 2006 verschenen in een herziene druk
Pijltje_oranje Bestel nu in onze boekenwinkel.

En nu ik

En nu ik! (waaier), Merijne Bloem

Ben ik zo duidelijk? (waaier) Ben ik zo duidelijk? (waaier), Marieta Koopmans 

NeeNEE!

Assertief op het werk

Assertief op het werk, Carola van Dijk

Persoonlijke uitstralling - Ellen Kuners

Persoonlijke Uitstraling, Ellen Kuners




Interessante link Wil je aan de slag met assertiviteit en een training volgen bij een gerenomeerd instituut, kijk dan eens op de website van Schouten & Nelissen

Interessante link Wil je meer lezen over assertiviteit, kijk dan eens in onze boekenwinkel voor interessante boeken

 Meer over assertiviteit ook op ManagerNet



E-mailadres:






 Over Loopbaan.nl | Adverteren op Loopbaan.nl | Partners | Contact | Privacy Statement | Sitemap | Disclaimer © Loopbaan.nl