Karin de Galan - ontwerpt trainingen
Trainingen kunnen veel beter
door Onno van Buuren
Iedereen volgt wel eens een training. Niet zelden verveel je je er dood. Lange monologen vol theorie zijn schering en inslag. Dikke readers met kopiën van de Powerpoint-presentatie verschaffen het geruststellende gevoel dat in slaap vallen niet zo erg is. Dan word je gewekt voor een oefening, maar helaas: na je bijdrage van vijf minuten moet je toekijken hoe de andere twaalf het er van af brengen, waarna alles breedvoerig wordt nabesproken. Eenmaal thuis vraag je je af wat je eigenlijk geleerd hebt.
Zo moet het dus niet. Ervaren trainer Karin de Galan legt in haar nieuwe boek uit hoe je effectieve trainingen kunt ontwerpen.
Een van je belangrijkste tips is dat je van achteren naar voren moet werken: je begint met een praktisch probleem en werkt daarna aan de oplossing. Dat lijkt me een open deur.
"Ik vind het zelf ook onbegrijpelijk dat dat nodig is te vertellen. Het is wel gangbaar in de didactiek dat je eerst leerdoelen moet formuleren. Maar die zijn vaak sterk op de theorie gericht. Als ik een lezing of training geef, vraag ik me van tevoren af wat ik wil dat de bezoekers anders gaan doen.
"Mijn man kreeg laatst een leiderschapstraining voor een ministerie. Drie weken van tevoren kreeg hij het programma thuis. Daar stond alleen in dat ze vanuit eigen leerdoelen werkten. Wat ze zouden leren stond er niet bij. Op de training zelf moesten ze alles zelf bedenken. Dat kost dan ook nog gigantisch veel geld."
Hoe verklaar je dat onvermogen van trainers?
"Trainers hebben nooit geleerd een training te ontwerpen. Ze zijn verliefd op hun eigen inhoud. Dat zie je ook veel bij sprekers op congressen. Vaak delen ze een reader uit met de prints van alle Powerpoint slights. Als je zou selecteren wat van de theorie echt belangrijk is, houd je zo'n twintig slights over. Daarna moet je wat zinvolle oefeningen bedenken.
"Ik heb me op de middelbare school grotendeels verveeld. Ik moest teveel luisteren. Goed leren communiceren kun je vergelijken met leren autorijden: in het begin moet je op alles tegelijk letten, en op een gegeven moment wordt dat een automatisme. Je moet dus veel oefenen."
Heeft een werknemer ook iets aan dit boek?
"Als je je collega's iets wilt leren kun je veel hebben aan de checklisten en de werkwijze van 'ontwerpen vanuit de kernoefening'. Dan kun je al snel een informele training opzetten."
Je hebt eerder een boek geschreven over trainingen. Is er een belangrijk verschil?
"Ik heb het model van Kolb eruit gehaald. Die zei dat dat doeners moeten beginnen met tactiek, en denkers met theorie. Ik heb iets handigers bedacht. Je moet in het begin van de training kijken naar pijn en verlangen van de deelnemers; wat is de behoefte? Als mensen aangeven nergens last van te hebben en dus ook geen leerbehoefte, begin je met confronteren: zet een situatie neer en kijk hoe hij of zij het doet. Negen van de tien keer kun je dan als trainer nog iets toevoegen. Je moet wel oppassen dat het niet overkomt als een machtsstrijd."
Hoezo? Heb je dat wel eens meegemaakt?
"Ja, ik had een keer een informele leider in een groep managers. Zij had leidinggevende kunnen worden, maar had dat niet gedaan. Toch stelde zij zich zo op dat zij het allemaal wel wist. Dat was erg vervelend. Daar ben ik niet goed mee omgegaan. Heel leerzaam. Ik had haar eerder moeten vertellen wat ze niet goed deed. Je moet altijd contact maken, met alles wat je tegenkomt. Mensen gaan pas leren als ze contact voelen."
Helpt het om je als trainer zelf ook kwetsbaar op te stellen, met wat zelfspot?
"Ja, dat helpt heel erg. Ik maak vaak grapjes over mijn partner, zoals hoe wij ruzie maken over wie de was doet. Dat is heel herkenbaar. De kunst is wel om het selectief te doen: het moet een doel dienen."
Wat doe je als je matige cijfers krijgt bij de evaluatie van een training door de deelnemers?
"Dan ga ik erover bellen. Ik wil dan echt weten wat er niet goed was. Soms weet je dat wel. Of je voelt dat er iets is; dan moet je ernaar vragen, al is dat heel eng. Ik heb wel eens een case gehad die niet goed het punt illustreerde dat ik wilde maken. Je moet heel flexibel zijn. Als je het doel maar helder voor ogen hebt, kun je het programma gerust omgooien en improviseren."
Hoe ben je zelf eigenlijk het trainersvak ingerold?
"Ik heb aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen gestudeerd. Daar heb ik gesolliciteerd op een baantje voor een baantje als cursusleider. Dat ben ik gaan doen en dacht: 'Dit is het!' Tot dan had ik me erg verveeld. Toen ben ik bij Onderwijskunde een afstudeervak gaan doen over het model van Kolb. Daardoor werd ik gevraagd om bij die vakgroep als trainer te werken. Vervolgens heb ik een tijd bij de vakbond AbvaKabo gewerkt. En ik heb interne bedrijfstrainingen gegeven. Dan zie je goed wat mensen van je leren. Daardoor ben ik meer gaan geloven in het nut van trainen.
"Uiteindelijk ben ik voor mezelf begonnen. En ik begon boeken te schrijven. Ik denk nu na over een boek over werken met humor. Ook daar geef ik trainingen in. Humor is heel effectief; je kunt mensen goed helpen te veranderen door er grapjes over te maken. Je kunt er de draak mee steken, uitdagen. Met geintjes worden dingen lichter."
Heb je nog een tip voor wie een training wil boeken?
"Voor opdrachtgevers van trainingen is het belangrijk vooraf kennis te maken met de trainers zelf. Een beetje trainer doet dat graag. Je moet dan vooral vragen naar de manier van werken. Zo moet je niet te grote groepen hebben voor oefeningen, anders kom je als cursist niet voldoende aan bod."
Link:
Karin de Galan
Onno van Buuren, mei 2007